Vrijdag 23/1, 23.20 - NPO2. Pablo Larraín, Chili-VS-FR-MEX 2012
...

Vrijdag 23/1, 23.20 - NPO2. Pablo Larraín, Chili-VS-FR-MEX 2012 Reclame als sluipend politiek gif: ziehierde boeiende opzet van No, een meeslepend Chileens mediadrama over de historische 'nee'-campagne die een eind maakte aan het dictatoriale regime van generaal Augusto Pinochet. Het zijn immers niet de guerrilla's die Pinochet en zijn militaire juntaregering op de knieën dwongen, zo luidt de boude these van de film althans, maar een gladde advertentiecampagne die in de film geleid wordt door latinoster Gael García Bernal, de jonge Che Guevara uit The Motorcycle Diaries (2004). 'Laat maar komen', denkt Pinochet als er onder internationale druk een grondwet gestemd wordt die hem verplicht om een volksraadpleging te houden over de vraag of zijn presidentschap nog eens met acht jaar verlengd mag worden. De bevolking is murw geslagen, terreur en intimidatie hebben de oppositie verzwakt en de media zijn een stevig propagandabolwerk in zijn handen. De luttele vijftien minuten zendtijd die hij de oppositie elke dag gunt om de bevolking op te roepen 'nee' te stemmen, zetten geen zoden aan de dijk. No laat zien hoe de beeldbuis een efficiënt wapen voor de revolutie werd en hoe een schijnbaar hopeloze situatie een onverwachte wending kreeg. De film focust op de riskante gok van reclameman René Saavedra (Bernal), een fictief personage gebaseerd op de twee spindoctors achter de echte 'nee'-campagne. Met zijn hippe, op Amerikaanse lijst geschoeide spotjes wil Saveedra op vrolijkheid mikken en een positieve boodschap uitdragen in plaats van het terreurbewind van Pinochet af te kraken. Dat de baas van het reclamebureau waarvoor hij werkt het brein wordt achter de 'ja'-campagne, zorgt dan weer voor botsingen, waardoor deze mediathriller ook vergelijkingen met Mad Men uitlokte. Toch is No meer dan een scherpe radiografie over hoe die campagne het Chileense bewustzijn is binnengesijpeld. Regisseur Pablo Larraín, die met Tony Manero (2008) en Post Mortem (2010) eerder twee films maakte over de Pinochet-dictatuur, koos voor een retroaanpak: heel de film is opgenomen op U-Matic, videomateriaal uit de jaren tachtig dat vooral voor nieuwsuitzendingen werd gebruikt. Daardoor is het soms moeilijk om fictie- en archiefbeelden te onderscheiden. Die paradox is ook hét punt waar Larraín ons over wil laten nadenken: is politieke marketing efficiënter wanneer die louter de ideologische kant van de zaak belicht, of werkt entertainment even mobiliserend? LUC JORIS