Een van de manieren waarop marketeers goederen indelen, is volgens de moeite die de consument zal doen om ze te kunnen kopen.
...

Een van de manieren waarop marketeers goederen indelen, is volgens de moeite die de consument zal doen om ze te kunnen kopen. Je hebt een hele grote groep van zogenaamde fast-moving consumer goods. Denk aan een blikje cola of een doos cornflakes. Een tube tandpasta. De meeste producten uit de supermarkt. Bedenk zelf maar of je daar verder dan nodig voor wilt stappen of rijden. Waarschijnlijk niet. Hoogstens ga je enkele kilometers verderop omdat je liever naar Delhaize gaat dan naar de Aldi, of omgekeerd. Stel nu dat je een gepersonaliseerde verlovingsring wilt laten maken, dan maakt afstand en moeite al veel minder uit. Behalve misschien voor Doris Day. Je kunt ook media volgens die logica opdelen. Net zoals veel consumentengoederen overal aanwezig zijn aan een relatief lage prijs, om de drempel voor de mogelijke koper zo laag mogelijk te maken, zo is er ook een enorme hoeveelheid aan gratis of bijna gratis media die weinig moeite vragen. Online, op televisie en in gedrukte media. Omdat het aanbod zo groot is, en de concurrentie daarenboven ook, voegen veel media suikers toe. Sappige quotes, overdreven heroïek omtrent sport, deelbare memes... Gaat allemaal lekker binnen, en om de metafoor helemaal rond te maken krijgt de consument een soort indigestie of suikerteveel na een tijdje. Tijdens mijn autoreizen tussen België en Italië en omgekeerd maak ik tijd om de media op te zoeken waarvoor je net iets meer moeite moet doen. Let op: iets meer moeite. Niet veel. Gewoon meer dan geen. Ik vind die in de vorm van podcasts. Soms originele podcasts, soms ook de podcastversie van tv- of radioprogramma's. Elke keer stap ik na een uur of tien uit met een hoofd vol ideeën. En een beetje rugpijn soms. Maar dat is niet erg want ik ben eigenlijk heel atletisch aangelegd. Maar een hoofd dus dat blij is omdat er nieuwe dingen in zitten. Ik kan amper beschrijven hoeveel deugd dat kan doen. Intelligente mensen horen vertellen over hun specialiteit en iets bijleren. En meer nog de ontdekking dat er nog mensen zijn die nadenken en daar niet beschaamd over zijn. Op de klassieke radio en televisie is het echt zoeken naar plekken waar mensen nog zonder gêne een iet of wat intellectuele discussie durven te voeren. Interne keuken op Radio 1 is zo'n plek. Ik heb de indruk dat De afspraak op vrijdag ook soms durft. Daarna moet ik echt al nadenken. Komt daarbij dat ik in de kranten ook niet veel opinie meer lees waar ik nu echt van opkijk. Ze hebben daar tegenwoordig nochtans speciale hoofdredacteuren voor. Raar. En als je dan ziet wat een schat aan ideeën er gewoon voor het grijpen ligt. In de wereld. In establishmentpodcasts zoals die van The New Yorker, maar zeker ook in de vreemdere indiedingen zoals The Organist van de fantastische en immer bescheiden Andrew Leland uit de McSweeney's-familie. We mogen de wereld van creativiteit en nieuwe ideeën geen nicheproduct laten worden. Zo maken we een nieuwe elite die heerst over iets veel belangrijkers dan gewoon geld, namelijk onze unieke gave om onze hersenen te prikkelen. P.B. GrondaTijdens mijn autoreizen tussen België en Italië maak ik tijd om de media op te zoeken waarvoor je net iets meer moeite moet doen. Iets meer. Niet veel. Gewoon meer dan geen.