Jean-Pierre De Smet, EPO, 271 blz., euro 20
...

Jean-Pierre De Smet, EPO, 271 blz., euro 20 'Sommige mensen zullen het nooit snappen, hè?' Jason Moran, een van onze favoriete pianisten van het moment, grijnsde breed bij onze laatste ontmoeting. 'Na orkaan Katrina stonden de kranten vol: 'Hoe moet het nu verder met de jazz in New Orleans?' Wélke jazz? Een orkaan in New York, Amsterdam of Parijs kan kwalijk zijn voor de jazz. Maar in New Orleans?' Voor veel fans is de New Orleansvariant van jazz een fossiel. Geen kunstvorm, maar een kunstje dat for old times' sake wordt opgevoerd. Ergens in Oost-Vlaanderen, dat moerassige gebied tussen Leie en Schelde, wordt bij het lezen van deze zinnen stevig gevloekt, en wel het luidst door Jean-Pierre 'JP' De Smet. De Smet is een voorvechter van de oorspronkelijke jazz uit New Orleans. Dat doet hij al jaren met zo veel verve, dat de burgemeester van Crescent City hem zijn 'Belgian Ambassador' noemde. De man kent zijn geschiedenis, en besloot die nu in een boek te gieten - met de nadruk op 'zijn'. De Smet loodst de lezer middels korte schetsen door het verhaal van de jazz, van de eerste opnames van de Original Dixieland Jass Band uit 1917 naar de opeenvolgende revivals in de jaren 30 in de VS en de jaren 50 in het Verenigd Koninkrijk tot vandaag in... Oost-Vlaanderen. Van de grote bek van Jelly Roll Morton tot de collecte voor het vals gebit van Bunk Johnson en de Amerikaanse halfvergeten grootheden die met Belgen opnamen, het is er allemaal. Alleen wou De Smet er nadrukkelijk geen geschiedenisboek van maken. Het werd een egodocument, en die gimmick raakt al snel versleten. Steeds nadrukkelijker gaat zijn schoolmeestervinger omhoog. Sociologen en musicologen argumenteren al decennia dat de jazz niet alleen in New Orleans is ontstaan? Klinkklare onzin, vindt De Smet, maar waarom komen we niet te weten. Het is zo omdat hij het zegt. Is De Smet een reactionair? Je zou het gaan denken bij zinnen als 'men verkoos de vertolking van het thema boven nietszeggende technische acrobatieën', waarmee hij de bebop naar de prullenmand verwijst en de zoveelste revival van dixieland prijst. Gelukkig heeft hij net zo'n hekel aan orkestjes met strooien hoeden als aan Charlie Parker. Op het eind van de rit pleit De Smet eigenlijk voor het recht op lol. Het recht om zich te barsten te amuseren met muziek van pakweg 100 jaar oud. Leven en laten leven, zeggen wij altijd. Maar dan moet het wel van twee kanten komen. Bart Cornand