PRAIRIE WIND
...

PRAIRIE WIND (REPRISE/WARNER) The Rolling Stones, Bruce Springsteen, Van Morrison, Bob Dylan en Paul McCartney. Van artiesten met zo'n staat van dienst en zo'n gigantisch repertoire heb je bijna geen behoefte meer aan een nieuw album. Voor Neil Young is dat niet anders: wat moet of kan de man nog toevoegen aan zijn indrukwekkende palmares? Neil lost zijn eindeloopbaanprobleem flegmatiek zelf op, en dat terwijl zijn leven begin dit jaar aan een zijden draadje hing, na een bijna fatale hersenbloeding. Heeft het hem nog weker gemaakt? De dinosaurus had al een klein hartje, en op Prairie Wind schuifel je van gêne af en toe ongemakkelijk heen en weer op je stoel: Falling off the Face of the Earth is een melig melancholisch danklied dat een doorsneemens alleen op zijn sterfbed, in de intieme beslotenheid van naaste familie en vrienden, kan prevelen. Het klinkt een beetje als My Hometown van Bruce Springsteen. Oudgedienden en intimi Spooner Oldham op orgel, steelgitarist Ben Keith en Emmylou Harris begeleiden hem. Net zo beklemmend in zijn openheid en eenvoud is het door strijkers geregeerde It's A Dream, en de beklemmende afsluiter When God made me, met het gospelkoor The Fisk University Jubilee Singers, een levensomvattende overpeinzing - niet alleen aangeblazen door Neils eigen confrontatie met zijn sterfelijkheid, want hij verloor in het voorjaar ook zijn 87-jarige vader. Neil Young nam Prairie Wind op in Nashville. Folk en country domineren. Belanghebbenden willen graag doen geloven dat de plaat een trilogie vormt met Harvest (1972) en Harvest Moon (1992). Laat je niks wijsmaken: het is niet omdat de akoestische sound overheerst dat Prairie Wind deel van een drie-eenheid is. Want dan past ze evengoed in het rijtje Comes A Time (1978), Old Ways (1985) en Silver and Gold (2000). En als Wayne Jackson van de Memphis Horns loos gaat in Far From Home, dan zit je middenin de Stax rhythm & blues van This Note's For You (1988). Elk nummer van deze Prairie Wind had wel op een andere plaat van Neil Young kunnen staan, als we de elektronicaparanoia van Trans (1982) even buiten beschouwing laten. Zelfs het Elvis-eresaluut He was the King had van het atypische rockabillyalbum Everybody's Rockin' (1983) kunnen zijn. Dat Neil Young aan de vooravond van zijn zestigste verjaardag in staat is een vintage Neil Young-plaat af te leveren, is bij deze bewezen, en het zal David Geffen wel weer mateloos ergeren (Geffen was Neils platenbaas in de eighties en sleepte hem voor de rechter omdat hij vond dat Neil Young weigerde 'typische Neil Young-platen' te maken.) Maar is Young ook nog in staat om nieuwe standaards te zetten? Vernieuwend is hij al lang niet meer, maar de uitschieters zijn toch weer instant-klassiekers. Het uitgesponnen titelnummer, met het repetitieve koor, is onweerstaanbaar en onuitputtelijk, een adembenemend afscheid van zijn vader. This Old Guitar is een bitterzoete doorslag van Harvest Moon, en mede dankzij Emmylou van een onaardse schoonheid, en When God made me is officieel toegevoegd aan het Boek der Psalmen. Prairie Wind is een heerlijk toetje bij de grillige carrière van de ondoorgrondelijke artiest. Of komen er nog gangen? Voor volgend jaar belooft men ons alweer die eindeloze box met onuitgegeven materiaal van de voorbij 40 jaar. Tuin daar niet in: het is bij hem naargelang de wind staat. Eddy Hendrix