Catch Me If you Can (2002)

Steven Spielberg bracht in deze oplichterskomedie met Leonardo DiCaprio ook een ode aan de pas-telkleurtjes, de typografie en het modernisme van de jaren vijftig en vroege jaren zestig. Vandaar ook deze begintitels die op briljante wijze de zachte popart en summiere grafische expressie van de mid-century reclames recycleert. Wie goed toekijkt, merkt dat dit hypergestileerde animatiefilmpje, dat voortglijdt op een speels, jazzy deuntje van John Williams, al de hele intrige weggeeft: een arme jonge lefgozer zonder diploma geeft zich achtereenvolgens en met groot succes voor lijnpiloot, dokter en...

Steven Spielberg bracht in deze oplichterskomedie met Leonardo DiCaprio ook een ode aan de pas-telkleurtjes, de typografie en het modernisme van de jaren vijftig en vroege jaren zestig. Vandaar ook deze begintitels die op briljante wijze de zachte popart en summiere grafische expressie van de mid-century reclames recycleert. Wie goed toekijkt, merkt dat dit hypergestileerde animatiefilmpje, dat voortglijdt op een speels, jazzy deuntje van John Williams, al de hele intrige weggeeft: een arme jonge lefgozer zonder diploma geeft zich achtereenvolgens en met groot succes voor lijnpiloot, dokter en advocaat uit, en weet de FBI-agent die hem op de hielen zit steeds weer te verschalken. Met hun eerste proeve in het genre zorgde het Franse duo Olivier Kuntzel en Florence Deygas meteen voor het eerherstel van de geanimeerde titelsequentie, die in de jaren zestig van vorige eeuw nog floreerde, maar tien jaar geleden ten dode leek opgeschreven. De begintitels van de Pink Panther-serie met Peter Sellers horen tot de meest herkenbare en vaak geïmiteerde sequenties. Hier laat de Britse animator Richard Williams inspecteur Clouseau los in een zilveren art deco bioscooppaleis en voltrekt het kat-en-muisspelletje tussen de klungelende politieman en de Roze Panter zich tegen de achtergrond van enkele parodieën op iconische filmmomenten, van King Kong tot The Sound of Music. Vergeleken met de psychedelische kitsch van de credits van de latere James Bond-films, is in die van de eerste, Dr. No, soberheid en robuust minimalisme troef. Huisdesigner Maurice Binder creëerde voor de introductie van 007 meteen een sterke visuele signatuur en laat het fameuze 'wapenloop'-motief exploderen in een duizelig dansje van kleurrijke stippen, en dit alles op het meeslepende ritme van de schrille elektrische gitaar van het wereldberoemde James Bond-thema. Een knap en vroeg voorbeeld van hoe het logo van een grote studio, het schild van Warner Brothers, geïntegreerd wordt in de begintitels (die voor dit onstuimige historische jongensboek op middeleeuws perkament geschreven lijken. De maker blijft anoniem: in het vooroorlogse Hollywood was de titelsequentie een louter informatieve noodzaak en was die nog niet tot toegepaste kunstvorm verheven. Met dank aan de Argentijnse artdirector Juan Gatti trekt Pedro Almodóvar zijn Madri-leense gekte door tot in de aftiteling van zijn kleurrijke vrouwenklucht. Hun eerste samenwerking leverde alvast deze flamboyante hommage aan het avant-garde design van de beginjaren van de Franse nouvelle vague op. Voor deze scherpe satire van de tabaksindustrie maakte de Californische Shadowplay Studio een van de beste beginfilmpjes van de laatste jaren. Het concept is even simpel als subtiel. De namen van de makers en acteurs prijken telkens op een pakje sigaretten. Bekende en minder bekende merken passeren de revue zonder dat ze ooit bij naam genoemd worden: de verwijzingen naar hun logo, lettertype en kleurgebruik zijn duidelijk genoeg. Patrick Duynslaegher