Eerste zin Ze voelt de hoop wegebben, net als kerstverlichting in een etalage langzaam uitdooft.
...

Eerste zin Ze voelt de hoop wegebben, net als kerstverlichting in een etalage langzaam uitdooft. Studente Edith Hind is plots vermist. De druk op de politie om haar terug te vinden is hoger dan normaal bij zulke zaken, want haar vader is een topchirurg die voor de koninklijke familie werkt en met ministers uiteten gaat. De sporen zijn versnipperd: Edith hield er niet alleen een complex liefdesleven op na, maar bezocht ook een beruchte crimineel in de gevangenis. Manon Bradshaw, die bij de sectie zware delicten in Cambridge werkt, sukkelt intussen van date naar date, laat zich verleiden tot seks omdat er niets te zeggen valt of beeldt zich in dat het ditmaal toch de ware is. Ze is 39, ze wil een kind, maar komt professioneel en privé geen stap verder. Tot het lijk van een zwarte jongen wordt gevonden. De met een aardappel in de keel sprekende vader van de vermiste Edith blijkt vuile handen te hebben, maar weet hij ook iets van haar verdwijning? Is ze eigenlijk wel verdwenen? Soms lees je een misdaadroman waarbij je vergeet dat dit genre eigenlijk om de intrige draait. Het hoofdpersonage, Manon Bradshaw, is zo complex en hartverscheurend echt dat je voor haar blijft doorlezen. Al is het een verduiveld slimme plot waarin alle Britse gevoeligheden - de rioolpers, homofobie, dode vluchtelingen in containers en pregnante klassenverschillen - vervat zitten. De Britse krimi surft de laatste jaren op een fantastisch verfrissende golf. Dit boek doet zeker mee.