DESOLATION ROW BOB DYLAN 1965

INSPIRATIE: JAMES ENSOR, DE INTREDE VAN CHRISTUS IN BRUSSEL IN 1889, 1888, OLIE OP DOEK, 252 X 430 CM, THE J. PAUL GETTY MUSEUM, LOS ANGELES.
...

INSPIRATIE: JAMES ENSOR, DE INTREDE VAN CHRISTUS IN BRUSSEL IN 1889, 1888, OLIE OP DOEK, 252 X 430 CM, THE J. PAUL GETTY MUSEUM, LOS ANGELES. 'What are your songs about?', waagde ooit iemand aan Bob Dylan te vragen. En aangezien domme vragen nu eenmaal domme antwoorden verdienen, repliceerde Nonkel Bawb op minzame toon: 'Some are about three minutes, some are about four and one is about eleven minutes.' Met die song van elf minuten doelde hij onmiskenbaar op Desolation Row, het op 11 minuten 22 seconden afklokkende slotnummer van Highway 61 Revisited, maar ook over de ware toedracht van dát nummer deed de Meester er altijd het zwijgen toe. Sommige Bobcats horen er de invloed van beatdichter Allen Ginsberg in en catalogeren het nummer als pure stream of consciousness, anderen lezen er verwijzingen in naar historische gebeurtenissen in Dylans geboortestad Duluth. Maar minstens even opvallend zijn de gelijkenissen tussen de carnavaleske parade van karikaturale personages die in het nummer voorbijmarcheert en het groteske straattafereel dat James Ensor schetste met zijn spectaculaire meesterwerk De intrede van Christus in Brussel in 1889. Het Getty Museum in L.A., waar het doek tegenwoordig hangt, merkte die overeenkomsten ook al op en bracht in 1999 zelfs een boekje uit waarin het Dylans tekst laat samensmelten met details uit het schilderij. En twee jaar geleden onderschreven ook Arno en Serge Feys deze theorie door Desolation Row te laten opvoeren door enkele zangkoren tijdens Theater Aan Zee in Oostende, de thuishaven van James Ensor. INSPIRATIE: LEONARDO DA VINCI, MONA LISA, CA 1505, OLIE OP DOEK, 77 X 53 CM, MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS. De meest mysterieuze en verleidelijke vrouw uit de geschiedenis van de schilderkunst volgens de één, een loensende snol met een scheve neus volgens de ander. Tot op vandaag blijft de Mona Lisa voor controverse zorgen. Onlangs nog beweerde een Italiaanse kunsthistoricus doodleuk dat da Vinci's leerjongen en vermeende minnaar Gian Giacomo Caprotti ervoor model zou hebben gestaan, wat onder kunstliefhebbers als even grote laster werd bestempeld als de persiflage van Marcel Duchamp, die La Gioconda in 1919 afbeeldde met een snor en ondertitelde met het acroniem L.H.O.O.Q. - lees: ' Elle a chaud au cul.' De enige zekerheid met betrekking tot de Mona Lisa is kortom dat er altijd over gepraat zal worden. En gezongen. De bekendste lofzang is zonder twijfel die van Nat King Cole, die zich met Mona Lisa definitief opwerkte van jazzpianist tot populaire crooner à la Dean Martin en Frank Sinatra. Het nummer werd in 1950 gecomponeerd door hetzelfde songschrijverduo dat later ook Que Sera Sera zou schrijven en was bedoeld als themalied voor de film Captain Carey, USA, waarvoor het dat jaar ook de Oscar voor beste soundtrack kreeg. INSPIRATIE: VINCENT VAN GOGH, DE STERRENNACHT, 1889, OLIE OP DOEK, 73 X 92 CM, MUSEUM OF MODERN ART, NEW YORK. 'Starry, starry night / Paint your palette blue and grey.' Een openingszin die duidelijk naar De sterrennacht verwijst - in het Engels: Starry Night - en een titel die zonder omwegen aan de maker refereert: Don McLean liet er geen twijfel over bestaan waar het hem in Vincent om ging. 's Mans hit uit 1971 moet de opvallendste ode aan Vincent van Gogh in de populaire cultuur zijn - de folterscène met Michael Madsen in Reservoir Dogs niet te na gesproken. McLean schreef de song nadat hij een boek over van Gogh had gelezen en helemaal in de ban was geraakt van zijn tragische verhaal. Leven en werk van de Nederlandse schilder lopen als een rode draad door de song. De waanzin in zijn hoofd: 'How you suffered for your sanity.' Zijn beroemde Korenveld met kraaien: 'Morning fields of amber grains.' Zijn fameuze Zonnebloemen: 'Flaming flowers that brightly blaze.' Opnieuw De sterrennacht: 'Swirling clouds in violet haze.' En natuurlijk ook de erkenning die veel te laat kwam: 'Perhaps they'll listen now.' INSPIRATIE: THÉODORE GÉRICAULT, HET VLOT VAN DE MEDUSA, 1818, OLIE OP DOEK, 491 X 716 CM, MUSÉE DU LOUVRE, PARIJS. Al in 1985 promoveerden The Pogues Het vlot van de Medusa tot de albumhoes van Rum, Sodomy & The Lash - zij het met hun eigen smoelen in de plaats van de originele gezichten - maar het duurde tot 1990 eer ze aan het schilderij van Théodore Géricault ook een song wijdden. Het reusachtige doek vertelt de historie van het Franse fregat Méduse dat in 1816 strandde voor de westkust van Afrika, waarna de opvarenden dagenlang met een vlot op zee ronddobberden, om na hun redding alsnog van uitdroging en ontbering om te komen. Het vlot van de Medusa werd indertijd gezien als een schreeuwend j'accuse aan het adres van de Bourbons, maar The Pogues zagen er bijna honderdtachtig jaar later het geschikte materiaal in voor een Keltisch piratenlied. Best ironisch dat professioneel drankorgel Shane MacGowan na de opnames van The Wake of the Medusa en de bijbehorende plaat Hell's Ditch zelf definitief verzoop in bier en - welja - bourbon. KLEUR IN E-MINEUR Elke zondag om 12.45 uur in Moshi op Radio 1. DOOR VINCENT BYLOO