Museums in the 21st Century: Concepts, Projects, Buildings

K20

KUNSTSAMMMLUNG NORDRHEIN-WESTFALEN, GRABBEPLATZ 5 IN DüSSELDORF, TOT 25 JUNI. WWW.KUNSTSAMMLUNG.DE

Na Museums for a New Millennium organiseert het Art Centre Basel opnieuw een reizende tentoonstelling van musea. Waar de vorige - de laatste vijf jaar op tournee door Europa, Amerika en Japan - de belangrijkste musea toonde die eind vorige eeuw werden gerealiseerd, focust Museums in the 21st Century op de voornaamste projecten sinds de aanvang van het nieuwe millennium. Tijd om de tank vol te gooien, want dichter bij huis dan startlocatie K20 in Düsseldorf komt Museums voorlopig niet: na een Europese rondreis die over Rome, Berlijn en Oslo loopt, gaat het richting Verenigde Staten.

Niet minder dan 26 musea - sommige al afgewerkt, andere nog te realiseren - worden in geuren en kleuren voorgesteld, met stof voor een discussie van een paar dagen als resultaat. Per project is er doorgaans een uit de kluiten gewassen maquette te bewonderen, op de inplanting en de achterliggende concepten wordt dieper ingegaan met computersimulaties, ontwerpschetsen en dvd's.

Grondthema is dat het hedendaagse, liefst door een beroemde architect ontworpen museum een identiteit geeft aan een stad. Aan de basis daarvan lag het Bilbao-effect: in '97 zette Frank Gehry een filiaal van het Guggenheim in de Spaanse stad neer dat Bilbao een zelden vertoonde cultuur- en egoboost gaf. Heel wat van de projecten in K20 hebben ongeveer hetzelfde op het oog, al wil dat al eens leiden tot musea die als losgesneden organen in het stedelijke weefsel liggen. Zo bijvoorbeeld het Kunsthaus Graz (Spacelab Cook - Fournier GmbH) in Oostenrijk, dat vanuit de lucht gezien sprekend op een reusachtig hart met ritmisch geplaatste kleppen lijkt. Opvallend en allesbehalve kneuterig, maar ook een mastodont die schijnbaar werd gedropt te midden van een tapijt van keurige huizen. Een versmelting met de omgeving is soms ver te zoeken, maar daar staan dan weer gebouwen tegenover die zo elegant en origineel vormgegeven zijn dat ze de omgeving hoe dan ook opfleuren. Shigeru Ban Architects, een bureau met tijdelijk onderkomen op het dak van het Centre Pompidou, heeft iets gelijkaardigs in petto voor de stad Metz. Volgend jaar opent daar een tweede Pompidou, dat geïnspireerd is op een Chinese hoed.

Het sculpturale komt sterk op de voorgrond, alsof de architecten ook wedijveren om de trofee van beste kunstenaar. Zo is Zaha Hadid erbij met het onwezenlijke, in banen over elkaar geschikte MAXXI, het museum voor kunst van de 21e eeuw in Rome. Het Nationale Kunstcentrum van Tokio (Kisho Kurokawa Architects) werd ontworpen in de vorm van een gigantische, aan de branding uitrollende golf, en voor het Mercedes-Benz Museum in Stuttgart kruiste UN Studio een gotische drielob met een speelgoed-parkeergarage. Meer dan eens lijkt museumarchitectuur een synoniem voor buitenaards, gestroomlijnd denkwerk dat tegen alle verwachtingen in ook technisch te realiseren is. Een andere keer tref je ijzige mausolea in plaats van sympathieke cultuurbastions, en soms kun je nauwelijks voorbij aan een taal zo imposant dat de bouwkunst van de contrareformatie erbij verbleekt. Over wat er gewoonlijk in een museum zit, lijken de scheppers zich minder te bekreunen. Of zoals een Duitse architect fijntjes opmerkte: 'Kunst? Och, dat steken we gewoon onder de grond.'

Els Fiers