GERARD REVE
...

GERARD REVEDe Bezige Bij, 83 blz., a 16,90 DE BEZIGE BIJ, 268 BLZ., a 18,50 DE BEZIGE BIJ, 254 BLZ., a 18,50 De Volksschrijver is er ondertussen tachtig, en stilaan begint men ook de mindere snippers te publiceren. Van de man die van kop tot teen uit Liefde, God en Dood is samengesteld, bundelde men de brieven die hij tussen 1987 en 1999 schreef aan de Rotterdamse burgemeester Bram Peper. In tegenstelling tot de andere brievenromans zijn deze brieven geen extensies van Reves romans, en dat maakt deze bundel minder belangrijk. Er blijft natuurlijk wel stof tot schaterlachen: 'Het gelijkt wel of daar niemand meer werkt,' schrijft Reve over Amsterdam, 'zo propvol is de binnenstad van ludieke voetgangers in gesubsidieerde wandelkleding.' Als Reve aan de macht kwam 'zoude ik theater (behalve tragedies) verbieden, evenals levensblije films. Ook godslastering, natuurlijk, en de zogeheten paardans'. Recent verschenen ook twee minder bekende romans van de Blanke Bard in herdruk. In Oud en eenzaam uit 1978 doorvlecht hij het besluipen van een jongeman met zijn verblijf in Londen in de jaren vijftig en de communistische jeugdkampen die hij als kind bezocht. De roman kent vele slapstickmomenten, waaronder de scène waarin de kleine Gerard bij zijn vader achter op de fiets zit, 'waarbij zich bij mijn vader van lieverlede een virulente gassigheid ontwikkelde zodat hij zich van tijd tot tijd, misschien omdat hij ooit bij de cavalerie had gediend, uit het zadel verhief teneinde krachtig uit zijn achterste te hoesten'. In Moeder En Zoon (1980) beschrijft hij zijn bekering tot het katholicisme. In beide romans is Reve een sadistje dat erom vraagt geanalyseerd te worden. Maar hoe sadistisch ook zijn fantasieën, er spreekt steeds mededogen uit, want hij is martelaar in zowel de actieve als passieve betekenis. Als beul werpt hij zich op de niet-zo-mooie-jongen om hem te onderwerpen en vervolgens als slaaf uit te lenen aan zijn droomjongen. Als onderworpene buigt hij nederig het hoofd voor het 'vossenhol' van de Meedogenloze Jongen. Men kan enkel besluiten dat hij consequent handelt als hij de liefdeszweep hanteert, want 'hebt uw naaste lief als uzelve'. Reves grootste talent is dat zijn beschrijvingen van het kleine steeds de kosmische pretentie hebben de grote thema's van God, de Liefde en de Dood (letterlijk) te kunnen omhelzen. Dit is inderdaad allemaal behoorlijk metafysisch, maar wat is daar fout mee? In moreel opzicht is een twijfelende katholiek waardevoller dan een zelfzekere vrijzinnige. Dat Reve als vele katholieke priesters leed onder de aantrekkingskracht van kleine, lieve jongenskontjes, daar kan kardinaal Joos nog een puntje aan zuigen! (Olivier Braet) Olivier Braet