Monsters of Folk
...

Monsters of Folk Folkrock Rough TradeSinds die samenwerking van Regi en Tom Helsen weten we het wel zeker: supergroepen zijn weer helemaal terug van weggeweest. Eerst was er The Gutter Twins, het duivelse verbond van Mark Lanegan en Greg Dulli. Dan was er The Dead Weather, waarin Jack White en Alison Mosshart van The Kills de degens kruisten. Binnenkort krijgen we een topzware plaat van Them Crooked Vultures - ofte Josh Homme, Dave Grohl en John Paul Jones - in de maag gesplitst. En heden dient zich in een platenwinkel in uw buurt de debuutplaat van Monsters of Folk aan, een gelegenheidskwartet bestaande uit Conor Oberst en Mike Mogis van Bright Eyes, Jim James van My Morning Jacket en M. Ward, tot nader order geheel en al van zichzelf. Ze leerden elkaar kennen op een gemeenschappelijke tournee in 2004, en omdat kleurenwiezen niet oneindig voor verstrooiing kan blijven zorgen, besloot het viertal maar een plaat op te nemen. Vier van de voornaamste folkvertegenwoordigers van de 21e eeuw die de handen in elkaar slaan, dat is gewoon vrágen om vergelijkingen met Traveling Wilburys en Crosby, Stills, Nash & Young. Dus om maar meteen met de hele gevel in huis te vallen: neen, zó straf zijn de Monsters of Folk nu ook weer niet. En toch durven we u alsnog met lichte dwang richting voornoemde platenboer te porren. Want zelfs als de songs op dit titelloze debuut rakelings langs de hoogste toppen van onze verwachtingen scheren, blijft het ongelovig toehoren bij het knetterende vuurwerk van hun samenspel. Jim James levert de dartele countryriedels en hemelse backingvocals, maar treedt ook geregeld voor het voetlicht als leadzanger: in het door pedal steel omzwachtelde The Right Place, in de afsluitende ballad His Master's Voice, in de daverende en door vuile gitaren opengereten hoofdvogel Losin' Yo Head, en in opener Dear God, dat met zijn Philly sound ook op de laatste van My Morning Jacket had kunnen staan. Conor Oberst blijft dicht bij zijn akoestische idioom en zorgt voor zwierige folksongs als Say Please en Temazcal. En the honour-able M. Ward injecteert de plaat afwisselend met een scheut blues en een shot zachtmoedige westcoastpop, maar tekent ook voor een van de absolute hoogtepunten van de plaat: het klatergouden Whole Lotta Losin', een majestueuze meestamper die rockabilly, soul en boogiewoogie samenperst in één onweerstaanbare song van nog geen drie minuten. Faut-le-fucking-faire! De nieuwe Traveling Wilburys of CSN&Y they ain't, maar de Monsters of Folk zijn gelukkig wél meer dan een overambitieuze kaartersclub. DOWNLOADWhole Lotta Losin' Losin' Yo Head His Master's VoiceVincent Byloo