Het was regisseur Hans Van Nuffel die de twee bij elkaar bracht. Eerst vroeg hij Erik de Jong, alias Spinvis, voor de soundtrack van Adem - De Jong had eerder al de soundtracks bij Man Zkt. Vrouw en Theo Van Goghs Medea gecomponeerd - en later haalde hij ook nog Geike Arnaert bij het project 'om de score een stem te geven'. De mayonaise pakte, zo goed zelfs dat er een staartje aan kwam: onder de naam Dorléac brachten Geike en Erik samen een plaat uit.
...

Het was regisseur Hans Van Nuffel die de twee bij elkaar bracht. Eerst vroeg hij Erik de Jong, alias Spinvis, voor de soundtrack van Adem - De Jong had eerder al de soundtracks bij Man Zkt. Vrouw en Theo Van Goghs Medea gecomponeerd - en later haalde hij ook nog Geike Arnaert bij het project 'om de score een stem te geven'. De mayonaise pakte, zo goed zelfs dat er een staartje aan kwam: onder de naam Dorléac brachten Geike en Erik samen een plaat uit. Zo broos en breekbaar als Dorléac klinkt, zo broos en breekbaar is ook het gesprek dat we met de twee hebben. Immer aarzelend, altijd voorzichtig en bijwijlen geheimzinnig komen de woorden uit hun mond. 'We zijn allebei geen babbelaars', zal Geike halverwege het interview zeggen. Gelukkig kregen we er toch nog het volgende uit. Erik de Jong: Ongeveer de helft van wat op de plaat staat, is ook in de film terechtgekomen. De andere helft zit niet in de film. We hadden veel meer materiaal opgenomen, te goed om niets mee te doen. Van opzet is het dus een soundtrack, maar het is wat uit onze handen gegroeid. De samenwerking verliep nogal vlot, ja. (lacht)Geike Arnaert: Dat was helemaal zijn idee. De Jong: Als jonge jongere heb ik een paar films gezien waarin Françoise meespeelde -vooral de musical Les Demoiselles de Rochefort heeft veel indruk op mij gemaakt. Sindsdien is ze voor mij zowat het symbool van het onbereikbare. Het is mijn persoonlijke ode aan de voorbije wereld, aan de onschuld. De Jong: Dat kan ik niet ontkennen: het zit er duidelijk in. Ik hou gewoon heel erg van de Franse cultuur. Franse film, Franse muziek. Mijn lievelingscomponisten zijn Frans. Maar misschien kan je het beter Europees noemen. De Europese romantiek is heel anders dan de Amerikaanse. Maar er zit ook veel elektronica in. Hans Van Nuffel wist heel duidelijk waar hij met de muziek naartoe wilde. Dát piepje wou hij, en díe piano daar. Hij had ook een heleboel referenties van hoe het moest klinken: Autechre en The Knife bijvoorbeeld. Gaandeweg is het wat organischer geworden. Wat meer akoestische instrumenten - dat ademde meer. Arnaert: Daar was ik nog niet klaar voor. Ik spreek vlot Frans - ik woon samen met een Franstalige ( acteur Sam Touzani, nvdr. ) - maar in het Frans zingen zag ik nog niet zitten. Op de plaat van Bobbejaan Schoepen heb ik Le Temps des Cerises gezongen: ik heb daar veel werk aan gehad. En dan heb ik het niet over de uitspraak, wel over de beleving van zo'n nummer. De Romaanse cultuur is anders om te zingen dan de Germaanse. We hebben er ook over gesproken om de plaat in het Nederlands te schrijven, maar ook daar had ik te veel schrik voor. Ik zal ooit wel eens iets in het Nederlands doen, maar voorlopig voelt het nog te naakt. De Jong: Bij Nederlandse songs ga je echt naar de betekenis van de woorden luisteren. En dat hoeft niet voor een soundtrack, wat dit toch oorspronkelijk was: het gaat echt om de klanken. Plus: haar stem klinkt gewoon mooi in het Engels. De Jong: Net door daar niet zo heel hard over na te denken op voorhand. De plaat is gebaseerd op losse tracks die ik had opgenomen en naar Geike doorgestuurd om op te improviseren. Het was niet de bedoeling om daar liedjes mee te maken. We wilden als het ware geluid fotograferen. En dat werkte. Als je dit zou gaan polijsten en styleren zou het niet zo goed zijn als het nu is. Dat breekbare, misschien zelfs eenmalige, dat is net de sterkte van Dorléac. Arnaert: Goh, wat is mijn stem? Ik denk - en ik hoop - dat ik daar mijn hele leven naar op zoek zal zijn. Ik wil niet één persoon spelen. Op één manier zingen, dat is niets voor mij. Maar ik snap wel wat mijn zus wou zeggen. Ze hield niet altijd van de manier waarop ik bij Hooverphonic zong, hoewel dat er ook 'maar één' was. Het was maar een deeltje van wat ik doe. De Jong: Weet je wat ik gemerkt heb? Dat de sterkte van Geike net in het hele kleine, zachte, dicht bij de micro gezongene zit. Haar muzikaliteit zit in de eerste plaats in de kleine stemdetails. Het spelen met de timing, de minieme stembuigingen. En dat hoor je pas bij hele zachte muziek, zoals Dorléac. Hiervoor heeft ze vooral grote muziek gemaakt: daar hoor je dat minder. Dat heeft me wel verrast. Arnaert: (glimlacht) Niet meteen. Ik ben bezig met mijn eigen plaat, grotendeels op mijn eentje. Het lukt dus ook wel zonder man aan mijn zijde. Wanneer die plaat er komt? Ik ga er nog geen datum op plakken. Ik kan er alleen over zeggen dat ik er met heel mijn hart mee bezig ben. De Jong: Dat durf ik niet te zeggen. (lacht) Voor mij, maar dat heeft... (bedenkt zich) Nee, nee, ik ga het er niet over hebben. Weet je, pas als je een stap terugzet, kan je het thema van zo'n plaat zien. En nu ik erop terugkijk, is het overkoepelende thema misschien wel de zomer van 2010. De periode waarin de plaat gemaakt is. De Jong: Blijkbaar wel, ja. Er zijn wel wat persoonlijke dingen gebeurd in mijn leven. Maar ik denk niet dat die er hier toe doen. De Jong: Voor je verbeelding op hol slaat: het is niet dat wij deze plaat lurkend aan een opiumpijp hebben opgenomen. (lacht) Maar ik ben wel sterk beïnvloed door de psychedelische muziek van de jaren zeventig. Ik gebruik veel space echo, om één concreet voorbeeld te geven. Dat 'drugs-georiënteerd' bedoel ik dus eerder als een genre. The Pogues en Arno maken bijvoorbeeld alcohol-georiënteerde muziek - en die lopen ook niet de hele tijd dronken rond. DorlÉAc Op 20/9 uit bij V2.Door Geert ZagersGeike Arnaert: 'Ik werk grotendeels op mijn eentje aan mijn eigen plaat. Het lukt dus ook wel zonder man aan mijn zijde.'