In Rwanda ontmoet Hilde Baele toevallig ene Jérôme Sebasoni, een zwarte man die Spaans spreekt en beweert nog met Che Guevara door Afrika te zijn getrokken. Samen met stripauteur Jeroen Janssen zoekt ze de oude man jaren later weer o...

In Rwanda ontmoet Hilde Baele toevallig ene Jérôme Sebasoni, een zwarte man die Spaans spreekt en beweert nog met Che Guevara door Afrika te zijn getrokken. Samen met stripauteur Jeroen Janssen zoekt ze de oude man jaren later weer op om zijn verhaal op te tekenen. Jammer genoeg sterft Jérôme vrij snel na die tweede ontmoeting, maar Janssen en Baele zetten hun reconstructie van diens avontuurlijke leven voort in Cuba en in Rwanda. Ze ontdekken dat Jérôme behalve reiscompagnon van Che ook kindsoldaat in Congo en kinesist in Cuba is geweest. Ze onderzoeken ook zijn aantijgingen over de rol van Belgische witte paters bij een moordaanslag op zijn oom in 1959. Het onwaarschijnlijke levensverhaal van Jérôme Sebasoni heeft alles voor een boeiend boek, alleen lopen Janssen en Baele een beetje tegen hun zelfopgelegde grenzen aan. Omdat ze Jérôme maar even hebben gekend en vooral verslag doen van wat ze zelf zien en meemaken, komt hun hoofdpersonage nogal weinig in beeld. Niet alle overpeinzingen van de auteurs tijdens hun zoektocht zijn even boeiend als Jérôme Sebasoni zelf.