'LE TEMPS QUI RESTE'
...

'LE TEMPS QUI RESTE'VANAF 23/11 IN DE BIOSCOOP De eeuwige glimlach, het zongebruinde gezicht, de goudkleurige zonnebril en het piekfijne Armani-pak: gevoel voor stijl en dramatiek heeft François Ozon (38) wel. Hij ziet eruit als een dandy, en dat steekt schril af tegen de sombere thematieken van bejubelde films als Sous le sable, Swimming Pool en 5x2. Geen film van Ozon, of er steekt sarcasme in, geschonden vertrouwen, geblutste liefde, ongelukkige families of de dood als cynisch coup de thèâtre. Vooral zijn obsessie met Eros en Thanatos is opvallend. In elk van zijn films is er wel iemand die op gewelddadige, mysterieuze of op zijn minst vroegtijdige manier overlijdt, en dan nog het liefst op het hoogtepunt van een driftige homo- of heteroseksuele relatie. Zo is het ook in Le Temps qui reste, Ozons nieuwste en meest autobiografische film totnogtoe. Zonder enige sensatie schetst hij het portret van de jonge en terminaal zieke modefotograaf Romain (Melvil Poupaud), die aan een afscheidstournee begint langs vrienden, familie en kennissen. Toch brengt hij alleen zijn grootmoeder (Jeanne Moreau) op de hoogte van zijn nakende dood, omdat volgens Romain alleen zij 'dicht genoeg bij haar eigen dood staat om zijn gevoelens te begrijpen'. De film is een aangrijpende reflectie over liefde en lijden, dood en verlies, met Romain als Ozons alter ego. Hoe kwam het scenario van 'Le Temps qui reste' tot stand? Ozon: Enkele jaren geleden maakte ik de film Sous le sable, waarin het thema van rouwen ook centraal stond. Toen ik die af had, wilde ik meteen een film maken over mijn eigen dood. Je kunt genoeg ideeën hebben over sterven, rouwen en afscheid nemen, maar wanneer je die thema's op jezelf projecteert, merk je plots dat je vastomlijnde principes heel erg snel vervagen, en je duidelijk meer twijfels dan zekerheden hebt. Vorig jaar kreeg ik trouwens een extra reden om deze film te maken. Voor het eerst in mijn leven moest ik een grondig medisch onderzoek ondergaan, aids-testen inclusief. Ik was doodsbang voor de resultaten. Tijdens de twee weken tussen het onderzoek en het medisch rapport zat ik met tientallen verschillende doemscenario's in mijn hoofd. Gelukkig bleek ik kerngezond, maar de hypochonder in mij had ondertussen wel het nodige creatieve werk verricht. (lacht)Ozon: Waarschijnlijk niet. Le Temps qui reste is geen strikt autobiografisch verhaal. Het is een reflectie over de vragen die ik me tijdens die twee weken onophoudelijk stelde. Het gevoel dat ik toen vooral had, was verdriet. Verdriet omdat ik mijn geliefden niet voldoende had getoond hoeveel ik van hen hield, en omdat ik afscheid moest nemen terwijl ik nog zo veel van het leven hield. Daarom denk ik dat ik emotioneler zou reageren dan Romain. Ik zou in elk geval nooit de moed hebben om mijn nakende dood te verzwijgen en mijn lot alleen te dragen. Klopt het dat je volgende film over de dood van een kind gaat? Ozon: Nee, maar ik ben wel van plan over dat onderwerp ooit een film te maken. De dood van een kind lijkt me het verschrikkelijkste wat je als ouder en als mens tout court kan overkomen. Nu, ik voel me nog niet rijp genoeg om nu al een oprechte film over zo'n delicaat thema te maken. Straks ben ik de veertig voorbij: dan zal mijn kinderwens allicht wat groter zijn, en zal ik ook meer en dieper over het thema hebben nagedacht. (lacht)Ozon: Ja, en ook met stervensbegeleiders en artsen. Uit die gesprekken leerde ik vooral dat zieke mensen heel wat minder kwaadaardig zijn dan je zou vermoeden. Ik bedoel: je verwacht dat mensen die nog maar enkele maanden te leven hebben plots alleen nog aan zichzelf denken en ter compensatie allerlei decadente dingen gaan doen. Het tegendeel blijkt waar: ze doen gewoon wat ze kunnen, in alle sereniteit. Vandaar dat Romain soms zacht maar soms ook nukkig afscheid neemt? Ozon: Precies. Met zijn vader en zijn zus heeft hij nooit een hechte relatie gehad, dus vindt hij het ook niet nodig om bij hen plots zijn diepste zielen- roerselen bloot te leggen. Een banaal gesprekje of een handdruk volstaan. Bovendien is hij ronduit brutaal tegen zijn oma wanneer hij zegt dat zij óók bijna dood is. Waarom? Omdat ze zijn beste vriendin is en omdat hij voor haar geen façade hoeft op te trekken. Ik wilde van Romain geen bidprentje maken, maar een complex karakter dat zo goed mogelijk overeenstemt met dat van mij en de mensen met wie ik heb gepraat. Hij is nu eens keihard en gemeen, dan weer teder en toegeeflijk. De ene dag ziet hij zijn lot onder ogen, de dag erop doet hij alsof er niks aan de hand is. Dat lijkt me een eerlijke weergave van een sombere werkelijkheid. Ozon: Ze zijn in elk geval zeldzamer, omdat film nu eenmaal op clichés teert. Vrouwen zijn per definitie introvert en gevoelig, mannen zijn heroïsch en opvliegend - dat soort flauwekul. Als er toch een keertje een melodrama met een mannelijk hoofdpersonage wordt gemaakt, dan gaat het over kinderen of bejaarden, en dan meestal nog in een uitgesproken sociale context, zodat je toch maar aan het snotteren zou gaan. Daar wilde ik komaf mee maken. Ik wilde een film over een jonge, succesvolle kerel die geen lieverd blijkt te zijn, maar die je als kijker toch weet te ontroeren. Ozon: Omdat je in cinemascope ofwel heel erg dicht bij je personages moet staan, ofwel heel erg veraf. Die constante wisseling van focus vond ik boeiend, en het past ook goed bij de thematiek van de film. Romain krijg je vaak in close-up te zien, terwijl zijn omgeving meestal vanop een discrete afstand wordt gefilmd. Dat maakt je betrokkenheid groter en het schept met- een ook een gevoel verlies en afscheid nemen. Ik zou hier evengoed een ingewikkelde theorie kunnen verkopen, maar eigenlijk is het erg eenvoudig (lacht). Ozon: Da's dan mooi meegenomen, want Sirk blijft met voorsprong mijn favoriete cineast. Maar hier was het geen bewuste referentie. Het beeld waaruit de rest van het scenario is voortgevloeid, was dat van de flink vermagerde Romain die op het strand ligt. En zo'n beeld, met die mooie, lange horizontale lijnen van strand en zee, dat kun je het best vatten in cinemascope. Romain duikt op zeker moment met een heterokoppel in bed dat een kind wil, maar waarvan de man onvruchtbaar is. De stiekeme kinderwens van Ozon? Ozon: Of een visionaire ingeving, want als je om je heen kijkt, zie je allesbehalve de ouderwetse, honderd procent heteroseksuele relatie van weleer tussen man en vrouw (lacht). Man-man-vrouw, vrouw-vrouw, man-vrouw-minnares: alle mogelijke combinaties zijn goed, maar man en vrouw is kennelijk behoorlijk kinky geworden. Soit, uiteraard denk ik wel eens over kinderen na en bovendien denk ik dat je makkelijker afscheid kunt nemen van het leven wanneer je een kind, een opvolger hebt. Maar goed, als je homo bent is het natuurlijk improviseren (lachje). Ozon: Ik probeer persoonlijke films te maken en dus komt het aan bod, maar ik wil vermijden dat het een statement wordt. Ik ben zeker geen propagandist. Romain had net zo goed hetero kunnen zijn, maar omdat de film vanuit een autobiografische reflectie is gegroeid, leek het me verstandiger en eerlijker om een homo van hem te maken. Ozon: Al mijn films groeien uit persoonlijke angsten, maar dat betekent niet dat ze me daarom neerslachtiger maken. Integendeel: ze helpen me een beter en sterker mens te worden en ze wapenen me tegen mijn aangeboren melancholie. Beschouw het desnoods als een vorm van zelftherapie. Ozon:(lacht) Films maken is in mijn geval een stuk goedkoper dan naar de psychiater gaan. Nee, het is gewoon mijn levensritme. Misschien zal ik op termijn wel wat trager werken, maar voorlopig komen de ideeën vanzelf en voelt het natuurlijk aan om snel en efficiënt te werken. Ik heb ook nooit het gevoel gehad dat mijn privé-leven erbij inschiet. Als je veel werkt, zeur je wel eens over een gebrek aan vrije tijd. Maar als een regisseur een tijdje niet werkt, wordt hij doorgaans een vervelende, gefrustreerde brompot, en zo ken ik er nogal wat. (lacht)Ozon: Ik hou enorm veel van Fassbinder, dus de vergelijking streelt mijn ego. Maar omdat ik ooit een toneelstuk van hem verfilmd heb ( Gouttes d'eau sur pierres brûlantes, DM), ben ik niet zijn slaafse volgeling. Fassbinder hanteert het melodrama meestal als forum om politieke en sociale topics aan te kaarten, met alle radicale stellingen vandien. Ik ben veel emotio- neler dan Fassbinder, en ook heel wat minder politiek. Ik concentreer me dan ook niet op de lelijkheid van de personages, zoals hem, maar op hun schoonheid. Simpel gezegd: bij mij mag je huilen, bij Fassbinder moet je de barricades op (lacht). DOOR DAVE MESTDACH l foto piet goethals