Als iemand de titel 'culturele veelvraat' verdient dan is het wel Chantal Pattyn. In haar eentje doet ze drie jobs: netmanager van Klara, cultuurmanager van de VRT en omdat ze het simpelweg niet kan laten, presenteert ze ook nog eens het kunstprogramma Pompidou. Ze is net terug van een driedaagse in Londen, waar ze maar liefst twintig tentoonstellingen bezocht, hoewel ze dat meteen minimaliseert: 'Er zaten veel galeries tussen, hoor. Dat gaat vaak snel.' Iemand met zo'n culturele appetijt moet wel een kunstboek koesteren.
...

Als iemand de titel 'culturele veelvraat' verdient dan is het wel Chantal Pattyn. In haar eentje doet ze drie jobs: netmanager van Klara, cultuurmanager van de VRT en omdat ze het simpelweg niet kan laten, presenteert ze ook nog eens het kunstprogramma Pompidou. Ze is net terug van een driedaagse in Londen, waar ze maar liefst twintig tentoonstellingen bezocht, hoewel ze dat meteen minimaliseert: 'Er zaten veel galeries tussen, hoor. Dat gaat vaak snel.' Iemand met zo'n culturele appetijt moet wel een kunstboek koesteren. 'Naar levend model is mijn bijbel. Een briljante kunstgeschiedenis geschreven door Annie Cohen-Solal - naast professor aan de Sorbonne en vriend en biografe van Jean-Paul Sartre ook nog eens een bloedmooie dame, some have all the luck - waarin ze over de strijd tussen twee epicentra van de moderne kunst, Parijs en New York, vertelt. Het boek biedt niet alleen een knappe analyse over de kunstmarkt, maar ook over hoe politieke en economische gebeurtenissen impact hadden op kunstenaars als Georgia O' Keeffe en Marcel Duchamp. Bovendien staat het vol sappige anekdotes en weetjes die zelfs voor een kunsthistorica als mezelf onbekend waren. 'Parijs waande zich lang onaantastbaar, maar de opkomst van de rijke filantropen in New York, die al jaren gingen shoppen in de lichtstad, zorgde voor een ware exodus in de richting van The Big Apple. Opvallend: het waren vooral de Amerikaanse vrouwen die het voortouw namen. Het MoMa en het Whitney Museum werden opgericht door vrouwen. Ze pompten - ook ter meerdere eer en glorie van zichzelf - miljoenen aan liefdadigheid in die musea, die prompt volgestouwd werden met topwerken uit Europa. Het mecenaat was bijna een maatschappelijke plicht. Rijk sterven was de enige doodzonde in de betere kringen en daar profiteerden Europese en iets later ook Amerikaanse kunstenaars van. 'Ondertussen bloedde Europa na twee wereldoorlogen helemaal dood. En de kunst volgt het geld. Marcel Duchamp, die in 1913 het schandaal van The Armory Show (officieel de International Exhibition of Modern Art, een tentoonstelling aan Lexington Show in New York, nvdr.)was geweest, nam de wijk tijdens WO I. Omdat jonge mannen die dienst weigerden op straat bespuwd dreigden te worden, maakte hij stiekem de oversteek naar de VS. Zelfs zijn intiemste vrienden wisten nergens van. Sindsdien is het nooit meer goed gekomen met Parijs. 'Tekenend - en dan ga ik afsluiten want ik kan uren blijven vertellen over Solal - is het verhaal over het legendarische werk Les demoiselles d'Avignon van Pablo Picasso. Die verkocht het naar eigen zeggen tegen een te lage prijs aan een steenrijke kunsthandelaar omdat hij wist dat die connecties had in het Louvre, wat hem een fijne eindbestemming leek voor zijn meesterwerk. Maar zo ging het niet. Het was het MoMa dat op de opening met de belangrijkste Picasso ooit zou pronken. Dat, en zoveel meer staat in het schitterende boek van Solal, waar ik dringend een nieuwe versie van moet kopen, want mijn exemplaar valt uit elkaar.' VOLGENDE WEEK HELMUT LOTTI door Roderik Six - foto Filip Naudts