Dju, dat is nu eens altijd hetzelfde.'
...

Dju, dat is nu eens altijd hetzelfde.' Onder de voordeur van Lidewij Nuitten steekt een boete van de bibliotheek. Ze vloekt en zegt dat het the story of her life is: dvd's huren en vergeten ernaar te kijken. De flm in kwestie? In the Mood forLove van Wong Kar-wai. 'Naar het schijnt een bijzondere film?' zegt ze vragend terwijl we de trap op lopen. Ik knik. 'Dan zal ik hem nog snel proberen te bekijken. Wat kost dat, zo'n boete?' Uit haar Facebook-profiel had ik kunnen opmaken dat ze een fan van Belgisch regisseur Jaco Van Dormael is. Onder 'favoriete flms' heeft ze Le Tout Nouveau Testament geplaatst - ondertitel: 'God bestaat. Hij woont in Brussel.' We gaan in de zetel zitten. LIDEWIJ NUITTEN: Ja. Ik denk het wel. Misschien niet als persoon, maar wel als concept, als metafoor voor het goede dat in alle mensen zit. Ik geloof niet dat alles zomaar gebeurt. Er moet meer zijn dan het louter waarneembare. Alles hangt met alles samen, alles heeft een reden: daar geloof ik in. NUITTEN: Als het zo zou zijn, mag hij zeker eens op bezoek komen. LIDEWIJ WOONT IN SCHAARBEEK, in een straat die als een geknakt been aan het stationsplein hangt. Het is een rustige buurt, tikkeltje saai zelfs, maar vorige maand werd ze door pers en politie overrompeld. Op dinsdag 22 maart vertrok hier in alle vroegte het zelfmoordcommando voor Zaventem. In hun safehouse lieten de daders onheil achter: vijftien kilo explosieven, honderdvijftig liter aceton, ontstekers, een koffer vol spijkers en schroeven, een vlag van IS. Opeens was Lidewij niet meer de enige met een camera in de straat. 'Het was vreemd', zegt ze. 'Niemand had durven te denken dat de daders hun aanslagen in onze wijk hadden voorbereid. Iedereen was in shock. Op een trieste manier bevestigde het wat ik met mijn rubriek Mijn straat wil bewijzen: dat je nooit weet wat er zich achter een gevel afspeelt tot je binnen bent geweest.' Sinds september maakt ze voor Iedereen beroemd portretten van haar buren. Lukraak belt ze aan - bij Ahmed en Bianca, Kim en Diallo, de camera steeds als een exoskelet om haar lichaam gespannen. 'In het begin dacht ik: de straat staat vol chique herenhuizen, hier zal vooral rijk volk wonen. Niets bleek minder waar. Ik heb de voorbije maanden veel armoede en eenzaamheid gezien. Ik negeer dat niet, dat zou naïef zijn, maar als het te schrijnend wordt, probeer ik er toch een positief einde aan te breien. Zo zit ik in elkaar.' Intussen kent Lidewij bijna tweehonderd mensen, een vierde van de hele straat en goed voor meer dan twintig nationaliteiten: Filipijnen en Bolivianen, Polen, Hongaren, Chinezen... Van elke buur die ze ontmoet, kleeft ze een foto op een plan: uitgerold past dat net in haar woonkamer. Flessen pastis en rode wijn houden de hoeken strak. Het is haar stickerboek van Panini. Alleen verzamelt ze buren, geen voetballers. 'Sommigen zijn intussen verhuisd of gestorven. Mensen komen en gaan, het bougeert sneller dan ik had verwacht.' Na 22/3 is de sfeer niet veranderd. 'Ik vind dat je weinig verschil merkt. Het leven gaat door, ook in onze straat. Als je met de buren praat, is het stilaan zelfs geen thema meer. Hoewel: eergisteren was ik bij een buurvrouw op bezoek, een alleenstaande moeder met twee kindjes, en zij vertelde dat ze nog schrik heeft. Dat begrijp ik, maar zelf voel ik die angst niet. Mijn straat is nog steeds hetzelfde: een klein dorpje te midden van een grote stad.' Straks is er een straatfeest. Op haar voordeur hangt een affche. 'Het was mijn droom dat alle buren die ik de afgelopen maanden heb leren kennen elkaar daar voor het eerst zouden ontmoeten. Als hoogtepunt van dit project. Maar na de aanslagen kwam iedereen spontaan op straat, om te praten en samen kaarsjes aan te steken. Ik was ontroerd toen ik het zag gebeuren.' VANOCHTEND heeft ze pannenkoeken gebakken. Op een vensterbank ligt Revolutionary Road, het boek van Richard Yates. 'Ik zou hier graag blijven wonen', zegt ze. 'Maar dit huis kopen is voorlopig onmogelijk. Ik ben alleen, dan is Brussel te duur.' Terwijl ze praat, kijkt ze om de haverklap naar buiten. Alsof ze bezorgd is om de straat. 'Het stopt nooit', zegt ze. 'Als ik 's avonds thuiskom, ga ik altijd nog even op het balkon staan. Op elk moment van de dag wil ik zien wie er voorbijkomt.' 'En zeggen dat ik hier bijna per ongeluk ben terechtgekomen. Ik wilde in Brussel komen wonen en zocht via internet naar een geschikt appartement. Dit was het tweede dat ik kon bezoeken. Ik had foto's gezien en was meteen onder de indruk. Ik moest en zou het hebben, dus heb ik de beste Lidewij uitgehangen. Zo ben ik wel. Blijkbaar heeft het gewerkt: ik werd boven een ander meisje verkozen. Van zulke toevalligheden hangt het af: was ik in een andere straat beland, dan had mijn reeks misschien nooit zo goed gelopen. Dan was ze er misschien zelfs nooit gekomen. 'Vooral sinds de aanslagen krijg ik veel positieve commentaren. Op sociale media werd ik een supervrouw genoemd, een heldin zelfs. Ze zouden eens moeten weten. Ik kan ook echt een bitch zijn. Ik heb ook mijn kleine kantjes. Welke? Ik ben erg eigenwijs. Ik zou met mezelf niet samen kunnen werken, laat staan wonen. 'Het voelt raar. 22 maart was geen verjaardag, het was iets verschrikkelijks. Daar wil ik niet voor gefeliciteerd worden. Natuurlijk doet het ook deugd. Het is fijn om te merken dat mijn project iets losmaakt. Ik heb in elk geval geen moment getwijfeld om ermee verder te gaan. Integendeel: ik ben nóg gemotiveerder om mijn buren samen te brengen en ik heb nog meer goesting om nieuwe mensen te leren kennen.' Na de aanslagen werd hier en daar gepleit voor een herwaardering van de wijkagent, iemand die overal aanbelt om te kijken wie er in zijn straat woont. Ze lacht. 'In het huis tegenover mij woont een Syriër. Hij leefde compleet geïsoleerd van de rest van de straat. Ik zeg niet dat hij anders was geradicaliseerd, zeker niet, maar door mijn project kwam hij wel met andere mensen in contact. Sindsdien is hij een ander mens geworden. Je buren ontmoeten kan wonderen doen: ik vermoed dat die boodschap bij veel mensen een snaar raakt. Maar om radicalisering en aanslagen te voorkomen is er meer nodig. Je moet er als maatschappij in investeren, allemaal samen en al zeker de politiek en het onderwijs.' Op Facebook schreef een fan: 'Elke straat zou een Lidewij moeten hebben.' In De Tijd stond dat ze al meer heeft gedaan voor de integratie van migranten dan alle dure overheidsprogramma's samen. 'Dat heb ik ook gelezen. Sinds het begin van de reeks heb ik goede reacties gekregen, maar nu ben ik echt overdonderd door de aandacht. Ik krijg voortdurend mails, meestal van mensen die ik nog nooit heb ontmoet. "Door jou heb ik ook zin om mijn buren te leren kennen", schrijven ze. Of: "Door jou heb ik weer hoop in de maatschappij." Ik wist niet dat ik zo'n impact kon hebben. Allicht hebben veel mensen juist nu nood aan positieve verhalen, zeker? Om zich toch ergens aan te kunnen optrekken?' SINDS KORT WORDT ZE ook buiten haar straat herkend, zelfs in het Zoniënwoud. De dag na de aanslagen ging ze er wandelen. Opeens hoorde ze achter zich een kinderstem, luid roepend: 'Hey, ben jij niet Liddy? Van de televisie?' 'In dat stadium zit ik dus. Ach, ik neem het er met plezier bij. Ik ben vooral blij dat ik vóór de aanslagen al met dit project bezig was, zodat het niet lijkt alsof ik het imago van Brussel wil opkrikken. Dat is nooit mijn bedoeling geweest - tenzij stiekem. 'Vroeger moest ik me op elk familiefeest verantwoorden. Niemand kende Brussel, maar iedereen had er een mening over. "Is het daar niet gevaarlijk?" vroegen ze elke keer. "Kun je 's avonds alleen buitenkomen?" Sinds Mijn straat krijg ik die vragen niet meer. Ik moet niet meer uitleggen waarom Brussel mij zo aantrekt, waar mijn passie en fascinatie vandaan komen. Ik kan het gewoon tonen. 'Op school verbaasde mij dat ook: mijn klasgenoten waren de hele tijd over hun citytrips aan het opscheppen. Parijs, Londen, Rome, Madrid, Berlijn: overal waren ze geweest. Maar Brussel, nauwelijks veertig kilometer verder, was een onbekende stad. Onvoorstelbaar. 'Wie weet helpt Mijn straat om iets meer begrip voor Brussel op te brengen. Misschien reageren mensen iets minder fel, zeggen ze iets minder snel dat het toch maar weer in Brussel is, dat hellegat, omdat ze dankzij mijn reeks beseffen dat hier ook gewone, lieve mensen wonen? Ik weet het niet. Het zou mooi zijn. Brussel een hellhole? Kom gewoon eens kijken. 'Sowieso heeft Mijn straat veel meer teweeggebracht dan ik had durven te hopen. Het heeft mijn leven voorgoed veranderd. Als ik een jaar geleden naar buiten ging, stopte ik de oortjes van mijn iPod in en keek ik naar de grond tot ik aan de tramhalte was. Tegenwoordig moet ik minstens tien minuten op voorhand vertrekken omdat ik weet dat ik op straat buren zal tegenkomen en met elk van hen een praatje zal moeten slaan. Ik ben gegroeid als mens. Ik heb veel bijgeleerd over het leven, over mijn eigen karakter. Mensen met een totaal verschillende achtergrond zijn vrienden geworden, waardoor ik mezelf beter van een afstand kan bekijken. Ervoor was mijn leefwereld veel beperkter.' DE EERSTE DAG had Lidewij haarlak in haar handtas. Ze was bang, al wist ze niet waarvoor. Het harnas van de camera zorgde voor ontwapening. 'Soms wringt het: zonder camera zou ik mijn buren nooit hebben aangesproken. Ik zou goeiedag hebben gezegd en dan weer snel verder zijn gewandeld. Omdat het mijn werk is, ga ik actief op zoek. Ik spreek iedereen aan, vraag of ze vrienden willen worden en of ik binnen mag komen. Zonder camera zou ik dat nooit doen. 'Af en toe stel ik me de vraag of mijn motivatie nog steeds honderd procent zuiver is, maar ik probeer er niet te veel over na te denken. Op den duur werkt het omgekeerd: elke buur van wie ik een portret heb mogen maken, wil ik minstens evenveel teruggeven. Ik wil eten klaarmaken, bij de boodschappen helpen, noem maar op. Mijn collega's zeggen dat ik daarmee moet ophouden voor het te zwaar wordt.' In Lier, haar geboortestad, zou Mijn straat niet werken. 'Het zou te veel gelijkaardige verhalen opleveren. De diversiteit die je hier vindt, is uniek. In het ene huis woont een rijke familie en ernaast of eronder een arme eenzaat. En toch marcheert het. Hier zijn geen rellen. Hier bewijzen de mensen dat het kan: samenleven.' NUITTEN: Johan wie? Anthierens? Sorry, die ken ik niet, maar het klopt wel wat hij heeft gezegd. Voor mij is dit het mooiste cadeau dat ik kon krijgen. Ik stap mijn deur uit en kan aan de slag. Alles wat ik graag doe, zit in deze reeks: mensen ontmoeten, tv maken, muziek eronder monteren, knutselen...Het zal raar klinken uit de mond van een 24-jarige, maar ik weet niet hoe ik dit ooit kan overtreffen. NUITTEN: (denkt na) Arnout Hauben (die een van de oprichters is van De Chinezen, het productiehuis dat Iedereen beroemd maakt, nvdr.). Ik heb nooit geweten wat ik later wilde worden, maar ik zat wel elke avond klaar om naar Man bijt hond te kijken. Ik zag daarin Weg naar Compostela en dacht: dat wil ik ook. Soms kan ik nog steeds niet geloven dat ik voor de opvolger van Man bijt hond werk. Na de allereerste aflevering van Mijn straat kreeg ik een mail van Arnout : 'Zéér, zéér goed.' Waw. In een vorig leven moet ik heel braaf zijn geweest. Als kind wilde ze Alanis Morissette zijn. Ze wilde liedjes zingen en gitaar spelen, naar Amerika vliegen en beroemd worden. Op haar vijftiende nam ze deel aan Eurosong for Kids, met het liedje In godsnaam. Een mislukt ingangsexamen aan een Nederlandse muziekopleiding maakte een einde aan de droom. Sindsdien bleef ze stil. 'Binnenkort kruip ik nog eens op een podium', zegt ze. 'Het is lang geleden, maar voor het straatfeest bereid ik een gelegenheidsact voor. Samen met de buren ga ik Sur ma route zingen, van Black M.' Na het straatfeest zal ze lucht in haar banden pompen en naar Compostela fietsen. In haar eentje: van praten heeft ze even genoeg. 'Je weet natuurlijk nooit wie je onderweg tegenkomt. Misschien kom ik met een geweldig idee voor een nieuwe rubriek terug.' Het is woensdagmiddag, paasvakantie. Straks neemt Lidewij de camera op haar schouders en trekt ze de straat in. Een buur heeft haar gisteren over een accordeonist verteld: hij zou regelmatig op straat komen spelen, YMCA, of iets van The Scorpions. Die man wil ze ontmoeten. Daar is geen houden aan. Voor we afscheid nemen, haalt ze in de keuken een kader van de muur. 'Vroeger kon ik vrij goed tekenen', zegt ze. 'Op de laatste dag van 2015 ben ik naar de Ardennen gereden en in een klein café in Ciney ben ik hieraan begonnen. Een tableau met lelijke mensen die er toch gelukkig uitzien. De titel zat allang in mijn hoofd: De gelukzaligheid der lelijke mensen. Ik was nog maar pas gestart of er kwam al een stamgast op mij af. "Vous êtes artiste?" vroeg hij. "Vous êtes payées pour ça?" Man, heeft dat lang geduurd voor ik hem kreeg uitgelegd dat ik sinds mijn twaalfde geen stift meer had vastgehad.' Tekenen is nog steeds het beste dat ze kan. Niet langer met een stift, wel met het exoskelet dat naast de zetel ligt. MIJN STRAAT Elke maandag in Iedereen beroemd, vanaf 19.40 uur op één. DOOR LANDER DEWEER / JAAGPAD'NA DE AANSLAGEN KWAM IEDEREEN SPONTAAN OP STRAAT, OM TE PRATEN EN SAMEN KAARSJES AAN TE STEKEN. IK WAS ONTROERD TOEN IK HET ZAG GEBEUREN.' 'OP SOCIALE MEDIA WERD IK EEN SUPERVROUW GENOEMD, EEN HELDIN ZELFS. ZE ZOUDEN EENS MOETEN WETEN. IK KAN OOK ECHT EEN BITCH ZIJN.' 'ELKE BUUR VAN WIE IK EEN PORTRET HEB MOGEN MAKEN, WIL IK MINSTENS EVENVEEL TERUGGEVEN. IK WIL ETEN KLAARMAKEN, BIJ DE BOODSCHAPPEN HELPEN, NOEM MAAR OP. MIJN COLLEGA'S ZEGGEN DAT IK DAARMEE MOET OPHOUDEN VOOR HET TE ZWAAR WORDT.'