Luc Tuymans? Een watje! Michaël Borremans? Een slappeling! Sam Dillemans? Een doetje! Nu ja, in vergelijking met Caravaggio toch. Maar vergeleken met Caravaggio - de plaatselijke autoriteiten kenden hem als Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) - is zelfs een hondsdolle Gilles De Bilde na een nachtje coke, vodka-Red Bull en anabole steroïden maar een mak lammetje. Zo exuberant de barokke stijl van de Italiaanse schilder, zo buitenissig was ook zijn levenswandel. De voorloper van Bernini, Rubens en Rembrandt die met zijn clair-obscur zelfs de film noir beïnvloedde - Michaël Roskam noemde ...

Luc Tuymans? Een watje! Michaël Borremans? Een slappeling! Sam Dillemans? Een doetje! Nu ja, in vergelijking met Caravaggio toch. Maar vergeleken met Caravaggio - de plaatselijke autoriteiten kenden hem als Michelangelo Merisi da Caravaggio (1571-1610) - is zelfs een hondsdolle Gilles De Bilde na een nachtje coke, vodka-Red Bull en anabole steroïden maar een mak lammetje. Zo exuberant de barokke stijl van de Italiaanse schilder, zo buitenissig was ook zijn levenswandel. De voorloper van Bernini, Rubens en Rembrandt die met zijn clair-obscur zelfs de film noir beïnvloedde - Michaël Roskam noemde de doeken van Caravaggio recent nog als inspiratie voor Rundskop - had zelf óók een obscure kant. Sure, zijn schilderijen suggereerden toegewijde Bijbelstudie, maar grotere zondaars hebben er zelfs in Italië zelden rondgelopen. En ja, op zijn doeken figureerde nogal vaak de maagd Maria, maar negen van de tien keer had hij daarvoor een rondslingerend hoertje als model gebruikt. Haar pooier liet doorgaans toch begaan, wilde hij zijn gezicht niet op schilderachtige wijze hertekend zien. Caravaggio, bij leven al een superster in en rond Rome, stond erom bekend na de voltooiing van een werk wekenlang op de boemel te gaan, van de ene caféruzie in het andere straatgevecht verzeilend. Hij maakte het voorwerp uit van niet minder dan veertien politierapporten en gerechtsdocumenten, werd ontelbare keren in de doos gedraaid, en bracht bij momenten meer tijd door in de cel dan in zijn atelier. Prijkten onder meer op zijn strafblad: vandalisme, huisvredebreuk, verboden wapendracht en - we kid you not - 'het molesteren van een kelner met een schotel artisjokken'. Kortom, de peintre maudit was een half leven voortvluchtig. Een eerste keer in 1592, nadat hij in Milaan een lokale wetsdienaar met stenen had bekogeld - hoe Bijbels! - en node op de vlucht sloeg naar Rome. Maar daar liep het in 1606 pas écht fout. Een hoogoplopende ruzie met weer maar eens een pooier escaleerde tot een duel: een bloedig tweegevecht dat zijn tegenstander, ene Ranuccio Tomassoni, niet overleefde. Caravaggio had hem alleen maar 'in zijn ballen' willen raken, maar de Romeinse pimp raakte dodelijk verwond aan de lies en bloedde dood. Van nu af aan een wanted man nam Caravaggio weer de wijk. Eerst richting Napels, vervolgens naar Malta, en uiteindelijk naar Sicilië. Caravaggio ging waar een vermogende patroon hem de hand boven het hoofd hield. Hij werd een ordinaire broodschilder, die van de ene mecenas naar de andere beschermheer trok, op de vlucht voor de paus, de politie en de op wraak beluste slachtoffers van zijn steeds losser zittende vuisten. In 1610 belooft de paus hem tegen alle verwachtingen in gratie te schenken en Caravaggio reist opnieuw naar Rome. Clementie zal hij nooit krijgen: op weg naar Rome bezwijkt de infame schilder in een Toscaans dorpje aan loodvergiftiging, wellicht veroorzaakt door jarenlang gebruik van loodhoudende verf. Politiebeambten en pooiers wisten toen nog niet dat bovenmatige blootstelling aan lood kan leiden tot extreme driftbuien en woedeaanvallen. VINCENT BYLOO