1. Arend is een echte underdog. Heb je een voorkeur voor dat soort personages?

Michaël Olbrechts: Ik heb meer sympathie voor zogenaamde losers en mensen die moeite hebben hun weg te vinden dan voor superhelden die gemakkelijk alle watertjes lijken te doorzwemmen. Dat is overigens maar schijn, volgens mij. In iedereen zit er wel een persoon verborgen die het leven niet gemakkelijk vindt. Arend is een extreem geval, omdat hij een samenraapsel is van allerlei problematische eigenschappen. Ik ben vertrokken van het idee dat hij gefrustreerd was doordat hij vervreemd was van de natuur. Op zoek naar een oorzaak voor dat gevoel kwam ik uit bij een toxische werksituatie. Bovendien heeft hij moeite om te communiceren. Alles samen is Arend dus een flinke zielenpoot.

Ik balanceer op een dunne lijn, want al snel zit je met zo'n personage bij de humor van In de gloria. Hoewel ik die serie supergrappig vind - ik ben een fan van regisseur Jan Eelen - probeer ik er in mijn eigen verhalen toch op te letten dat ik mijn kwetsbare personages niet uitlach. Tegelijk wil ik niet alleen tristesse in mijn verhaal, maar ook af en toe comic relief. Het is goed als lezers niet weten of ze moeten lachen of huilen.

2. Wat is de rol van de natuur in Het Reigersnest?

Olbrechts: Zoals veel mensen voel ik ook de drang om dichter bij de natuur te zijn. We zijn dieren die vergeten zijn dat we dieren zijn. Op zondagmiddag maken we een wandelingetje als het meezit, maar verder is onze band met de natuur beperkt. In Arends geval heb ik dat wat uitvergroot, door het contrast tussen zijn overweldigende wandelingen in de natuur en het harde tl-licht van zijn kantoorjob aan te zetten. Pas op: daarmee wil ik niet zeggen dat de natuur altijd idyllisch is. Ze kan ook beenhard zijn.

3. En wat met die dromen van Arend?

Olbrechts: Die kondigen aan dat Arend te veel verwacht. Hij wil een natuurmens worden, zich nuttig voelen door zijn lichaam te gebruiken. In zijn dromen heeft Arend een band met de natuur, maar gaat hij toch steevast ten onder. De dromen bevatten dus al het idee dat Arend zichzelf moeilijk kan heruitvinden. Ze zijn ook een gevolg van mijn frustratie na 44 na Ronny: daarin moest ik 120 pagina's lang pratende mensen tekenen. Voor mij zijn de dromen in Het Reigersnest uitgegroeid tot het uithangbord van het boek, omdat ze me toelieten visueel eens iets helemaal anders te doen.