Iedereen kent Live at Folsom Prison en Live at San Quentin, de legendarische platen waarvoor Johnny Cash eind jaren zestig ging optreden in twee van de meest beveiligde gevangenissen van de US of A. Veel minder bekend is dat de King of Country tien jaar eerder al optrad in allerhande strafinrichtingen en op 1 januari 1958 zelfs voor het eerst in San Quentin stond. Een voetnoot in de geschiedenis, ware het niet dat zich onder de aanwezige inmates ene Merle Haggard bevond.
...

Iedereen kent Live at Folsom Prison en Live at San Quentin, de legendarische platen waarvoor Johnny Cash eind jaren zestig ging optreden in twee van de meest beveiligde gevangenissen van de US of A. Veel minder bekend is dat de King of Country tien jaar eerder al optrad in allerhande strafinrichtingen en op 1 januari 1958 zelfs voor het eerst in San Quentin stond. Een voetnoot in de geschiedenis, ware het niet dat zich onder de aanwezige inmates ene Merle Haggard bevond. Haggard was een twintigjarig boefje uit Californië dat goed op weg was om de rest van zijn leven van de ene nor naar de andere te zwalpen. Maar die legendarische nieuwjaarsdag was voor Haggard niets minder dan een openbaring: het optreden van Cash ontketende niet alleen zijn liefde voor countrymuziek, maar inspireerde hem ook om zijn leven te beteren. Een heilig boontje zou Merle Haggard nooit worden, maar naar het criminele verleden van zijn jeugd zou de latere cultheld van de country nooit terugkeren. Het verhaal van zijn jeugd leest als een schelmenroman, zij het één met een tragisch begin. Haggard is negen wanneer hij op een woensdagavond na de mis zijn vader bewegingloos aantreft in de schommelstoel: een beroerte heeft hem half verlamd, een paar maanden later is hij dood. Het plotse verlies van zijn vader schudt Haggards wereld grondig door elkaar en de bijna-tiener raakt op de dool. Hij begint te spijbelen en gaat uit stelen, spijbelt nog meer en pleegt nog meer kruimeldiefstallen. Op zijn elfde wordt hij door zijn bloedeigen moeder aan de autoriteiten overgeleverd wegens 'onhandelbaar', maar die wanhoopsdaad heeft het omgekeerde effect. Twee jaar later wordt hij na een reeks winkeldiefstallen voor het eerst naar de jeugdgevangenis gestuurd: de eerste veroordeling in een lange rij. Zijn jaren vijftig zijn een voortdurende herhaling van eenzelfde patroon: de doos worden ingedraaid, ontsnappen, opnieuw tegen de lamp lopen, weten te ontkomen, weer opgesloten worden en opnieuw ontsnappen. Tot hij in 1957 gewapenderhand een taverne overvalt en de judge hem naar de hoogbeveiligde gevangenis van San Quentin stuurt. 'De grootste horrorervaring van mijn leven', noemt Haggard het veertig jaar later in zijn autobiografie. 'Ik heb iemand vermoord zien worden om een simpel verwijt, ik heb mannen horen kermen van de pijn terwijl ze door hun celgenoten verkracht werden en ik heb een zwarte medegevangene levend verbrand zien worden.' En dan, op nieuwjaarsdag 1958, komt Johnny Cash langs in San Quentin en verandert alles. Haggard herpakt zich, leert gitaar spelen, wordt zelf een countryster en krijgt in 1972 van Ronald Reagan - op dat moment gouverneur van Californië - een full pardon voor al zijn delicten en veroordelingen. Op zijn 75e verkeert Merle Haggard in relatief goede gezondheid en trekt hij nog geregeld op tournee, onlangs nog samen met Bob Dylan. 'Wij moeten zowat de enige muzikanten zijn die worden begeleid door verpleegsters in plaats van roadies.' VINCENT BYLOO