'Na de passieloze Hollywood-sm van Fifty Shades of Grey is het tijd voor het echte werk, en voor echte cinema.' Dat moet Peter Strickland hebben gedacht toen hij zijn lingeriesetjes kocht voor Borgen-babe Sidse Babett Knudsen. En net als in Berberian Sound Studio (2012) toont de Britse regisseur zich ook nu een visuele fetisjist pur sang, die precies weet waar, wanneer en vooral hoe je moet teasen en pleasen.
...

'Na de passieloze Hollywood-sm van Fifty Shades of Grey is het tijd voor het echte werk, en voor echte cinema.' Dat moet Peter Strickland hebben gedacht toen hij zijn lingeriesetjes kocht voor Borgen-babe Sidse Babett Knudsen. En net als in Berberian Sound Studio (2012) toont de Britse regisseur zich ook nu een visuele fetisjist pur sang, die precies weet waar, wanneer en vooral hoe je moet teasen en pleasen. Bracht hij in zijn vorige langspeler hommage aan de Italiaanse giallo-thrillers van de jaren zeventig - u weet wel: die gestileerde, Italiaanse slashers van Dario Argento en co. - dan laat Strickland zich deze keer prikkelen door de Europese erotica uit datzelfde decennium, of anders gezegd, door de sexploitationfilms die in de videotheek gewillig onder het schap van schandaalhits als Emmanuelle en Histoire d'O lagen. Maar kinky bastards zijn gewaarschuwd: ranzige exploten met kettingen of tepelklemmen, of zelfs maar een blote tiet of kont hoef je daarom niet te verwachten. Stricklands sadomasochistische en mannelijk gekleurde lesbosprookje drijft op suggestie en sensualiteit, met uitgekiende tableaus die in warme tinten baden en een montage die even strak zit als de netkousen rond Knudsens benen. La Knudsen speelt Cynthia, die zich als natuurkundige bezighoudt met vlinders en als domina met haar gedienstige meid Evelyn (Chiara d'Anna), die zich haar bitchy commando's welwillend laat gevallen, en dat elke dag opnieuw, volgens krek hetzelfde, woord voor woord uitgeschreven scenario. Tenminste, tot Evelyns obsessieve aanhankelijkheid aan die dagelijkse rituelen bij de oudere Cynthia begint te wegen, en niet altijd meer duidelijk is wie nu precies de touwtjes in handen houdt. Wat begint als een sensueel spel tussen twee vrouwen, laat Strickland plagerig traag verglijden tot een kinky fabel van aantrekken en afstoten, van vernedering en adoratie, van angst en geborgenheid; een spel waarin kanten slipjes en honingkleurige kabinetten plaats ruimen voor duistere kamers en giftige kleuren. En dat op de nu eens naïef verleidelijke en melodieuze, dan weer dreigende en abstracte tonen van Cat's Eyes, de band rond The Horrors-frontman Faris Badwan en sopraan Rachel Zeffira, die duidelijk heel goed naar de zwoele soundtracks van de sleaze-festijnen uit de seventies hebben geluisterd. Ondertussen citeert Strickland al even respectvol uit het werk van erotica-auteurs Jean Rollin en Radley Metzger en - in de hypnotische droomsequenties met rupsen, nachtvlinders, superposities en andere trucs - zelfs naar de avant-gardekortfilms van Stan Brakhage en Kenneth Anger. Maar dan zonder zijn (uitsluitend vrouwelijke) personages te veel uit hun omklemming te laten, en zonder er een holle pastiche van te maken, een euvel waar Berberian Sound Studio, ondanks het audiovisuele meesterschap, bij vlagen wél last van had. Hoewel ze in strakke korsetten en in al even strakke visuele en narratieve kaders zitten, blijft er te allen tijde leven door de personages stromen, wat niet alleen zinnenprikkelende maar ook ontroerende en zowaar zelfs grappige taferelen oplevert. Een cinefiele fantasie om vingers, duimen en desnoods naaldhakken bij af te likken. THE DUKE OF BURGUNDY **** Peter Strickland met Sidse Babett Knudsen, Chiara d'Anna, Fatma Mohamed DAVE MESTDACH