Als je de rijken - of toch graaf Lippens - mag geloven, dan is de democratie maar een hinderlijke uitvinding die maatschappelijke vooruitgang in de weg staat. Misschien hebben ze gelijk: wie anders zal er bruggen bouwen en overheidsgrond verkavelen? Misschien is het plebs al die keuzevrijheid ook beu. Eens om de vier jaar gaan stemmen is niet meer voldoende: je moet referenda eisen, je aansluiten bij burgerverenigingen, meelopen in protestmarsen, je een mening vormen over zaken waar je totaal geen verstand van hebt. Democratie is belachelijk veel werk, dus waarom geen technocraat aanstellen die...

Als je de rijken - of toch graaf Lippens - mag geloven, dan is de democratie maar een hinderlijke uitvinding die maatschappelijke vooruitgang in de weg staat. Misschien hebben ze gelijk: wie anders zal er bruggen bouwen en overheidsgrond verkavelen? Misschien is het plebs al die keuzevrijheid ook beu. Eens om de vier jaar gaan stemmen is niet meer voldoende: je moet referenda eisen, je aansluiten bij burgerverenigingen, meelopen in protestmarsen, je een mening vormen over zaken waar je totaal geen verstand van hebt. Democratie is belachelijk veel werk, dus waarom geen technocraat aanstellen die alles netjes regelt? Dat is de redenering van Philip Hadi, een rijke en licht paranoïde hedgefundmanager die na 9/11 New York inruilt voor het kleine stadje Howland en daar prompt tot burgemeester wordt verkozen. Hadi is geen raspoliticus want hij maakt zijn verkiezingsbeloftes meteen waar: hij verlaagt de belastingen, steunt de lokale middenstand en lokt een sterrenchef naar de stad om culinaire toeristen aan te trekken. De kosten betaalt hij allemaal uit eigen zak. Met andere woorden: hij heeft Howland gekocht. Wie nu aan Marc Coucke moet denken, zit er niet helemaal naast, behalve dat Hadi een betere vestimentaire smaak heeft en niet elke vijf minuten op een talkshowtafel springt. De bewoners zijn er aanvankelijk tevreden mee - wat kan hen het schelen? Best handig in tijden van recessie, zo'n excentrieke rijkaard die alles betaalt maar zich voor de rest nergens mee bemoeit. Maar mensen zijn kleingeestig, en al snel zijn er kiezers die wél inspraak willen. Sommige burgers willen nu eenmaal gehoord worden, ook al verkopen ze onzin. Komt er alsnog een opstand tegen de tirannie van het geld? Het behoeft weinig verbeeldingskracht om in Howland een miniatuurtje van Amerika te herkennen - kennen we niet nog zo'n entrepeneur die het onverwacht tot eerste burger heeft geschopt? Gelukkig mijdt de Amerikaanse auteur Jonathan Dee de pamflettaire toon. Hij besteedt uitgebreid aandacht aan de levens van de stadsbewoners en laat subtiel zien hoe overheidsbeslissingen wel degelijk een impact hebben op ons bestaan. Maar hoe groot is onze impact op de machinerie van het staatsbestel? Helpt protest of telt enkel het gewicht van geld? Interessante vragen, verpakt in een vlotte roman die op klassiek Amerikaanse leest is geschoeid.