MATTHIAS SCHOENAERTS: Het is natuurlijk fantastisch dat Blood Ties geselecteerd is, in de eerste plaats omdat ik écht blij ben met het eindresultaat. Maar ik weet niet of ik erbij zal kunnen zijn in Cannes. We zitten namelijk midden in de opnames van A Little Chaos in Londen. De producenten van beide films zijn op het moment aan het uitdokteren of ik eventjes kan overvliegen. Met dat soort gesprekken bemoei ik me wijselijk niet.
...

MATTHIAS SCHOENAERTS: Het is natuurlijk fantastisch dat Blood Ties geselecteerd is, in de eerste plaats omdat ik écht blij ben met het eindresultaat. Maar ik weet niet of ik erbij zal kunnen zijn in Cannes. We zitten namelijk midden in de opnames van A Little Chaos in Londen. De producenten van beide films zijn op het moment aan het uitdokteren of ik eventjes kan overvliegen. Met dat soort gesprekken bemoei ik me wijselijk niet. SCHOENAERTS: Goh, zo hallucinant wereldschokkend vind ik zo'n evenement nu ook weer niet. Als ik erbij ben, zal ik enorm genieten. Als ik er niet raak, zal ik niet het gevoel hebben dat ik iets mis. Begrijp me niet verkeerd: het is een ongelooflijke ervaring. Je prent samen met de rest van de cast en crew tijdens zo'n filmfeest op de wereld loslaten: het geeft een geweldige adrenalinestoot. Tegelijkertijd is Cannes ook het feest van veel andere dingen. Soms heeft het iets industrieels, iets marktachtigs. Dat aspect kan me veel minder bekoren. SCHOENAERTS: Het is een remake van het Franse Les Liens du sang (2008) en speelt zich af in het New York van de seventies. Billy Crudup en Clive Owen spelen twee broers, de ene een flik, de andere een gangster. Die laatste wil na een lange celstraf een normaal leven leiden en trekt zodoende bij zijn broer in. Wegens omstandigheden komt hij toch terug in de criminaliteit terecht, wat zijn relatie met zijn broer natuurlijk in het gedrang brengt. SCHOENAERTS: Ik speel een kerel die in het begin van de prent door de flik de bak wordt ingedraaid. Na een tijdje laat zijn vrouw, vertolkt door Zoe Saldana, hem in de steek en begint ze een relatie met de man die hem geklist heeft. De wraakgevoelens die hij daardoor koestert, zullen de broers uiteindelijk verplichten om de krachten te verenigen. SCHOENAERTS: Ik heb Guillaume nooit ontmoet tijdens die shoot. Hij leerde me kennen via mijn werk in Rundskop. Op een dag belde hij me op, stelde het project voor en liet me kiezen uit twee rollen. Zo'n kans kon ik moeilijk laten schieten: filmen in de Big Apple, samenspelen met een droomcast en geregisseerd worden door een bevlogen kerel. SCHOENAERTS: Nog zo'n topervaring. Ik lijk wel een plaat die blijft hangen, maar mijn geluk kan niet op. Je hoort altijd van die horrorverhalen over het filmwereldje, maar ik heb er nog geen meegemaakt. Altijd opnieuw andere acteurs ontmoeten: het blijft enorm verrijkend. Dat geeft me het soort adrenaline waaraan ik echt verslaafd ben. Ik verkies werken boven feesten. Als er één ding me frustreert tijdens het draaien, is het al dat wachten. De pauzes tussen twee takes kunnen - vooral op de strikt beregelde Amerikaanse sets - heel lang uitlopen. SCHOENAERTS: Hij heeft dat ontzettend goed gedaan. Het was duidelijk een grote ontdekkingstocht. De studio die constant in je nek hijgt, de macht van de vakbonden op de sets: het is allemaal vrij heftig. Uiteindelijk heeft hij de film kunnen maken die hij wilde maken, maar het heeft hem bloed, zweet en tranen gekost. Dat hij elke dag met een glimlach op de set stond, zegt veel over zijn doorzettingsvermogen. SCHOENAERTS: Meteen ook de reden waarom ik toehapte. Ik besefte dat het hoog tijd voor verandering was. Bovendien was ik enorm vereerd toen ik vernam dat regisseur Alan Rickman, die bekend werd als Die Hard-slechterik Hans Gruber maar ondertussen een gevierd theatermaker is, me koste wat het kost voor de rol wilde. SCHOENAERTS: Jullie zijn me niet kwijt - het idee alleen al. (lacht) In principe speel ik volgend jaar mee in D'Ardennen naar een scenario van mijn Rundskop-tegenspeler Jeroen Perceval. En ook Michaëls volgende Belgische project staat op mijn programma. Trust me: I'll be back. DOOR STEVEN TUFFIN