GEZIEN OP RON MUECK, FONDATION CARTIER, PARIJS, TOT 29/9
...

GEZIEN OP RON MUECK, FONDATION CARTIER, PARIJS, TOT 29/9 Mask II is een slapend gezicht van iets meer dan een meter lang. De voorkant oogt adembenemend levensecht, de achterkant is wit en hol als een masker. De gelaatstrekken zijn die van Ron Mueck zelf. Of toch ongeveer, want de Australiër uit Londen mag dan een geprononceerde kin hebben, zo fors als in het werk is zijn onderkaak nu ook weer niet. Mask II fascineert door het onwaarschijnlijke realisme. Elk rimpeltje werd met koortsachtige ijver in de siliconenhuid gekerfd, elk nylon haartje met een buitenaards gevoel voor precisie aangebracht. Om de indruk van echtheid nog te versterken, voegde Mueck twee oren toe. Ook die zijn te groot, maar op de een of andere manier geven net die proportionele foutjes het werk iets erg aandoenlijks. Onder de siliconenhuid zit een drie centimeter dikke laag van glasvezel. Het geheel is hard, ook al lijkt het kneedbaar en zacht als een echt gezicht. De voorloper van Mask II is een nog groter zelfportret dat ooit bij Saatchi in Londen hing als een fenomeen uit een andere wereld. Het verbluffende Mask keek streng en zelfs een tikkeltje woedend op je neer. Dat Mueck een vergelijkbaar gezicht nu gebruikt in een veel zachtere pose is een bijzondere vondst. Het bewijst ook hoe diep het sculpturale inzicht van de kunstenaar wel is. Maar het teder gemaakte en net niet kwijlende Mask II is lang niet het enige pronkjuweel op Muecks tentoonstelling bij de Fondation Cartier. Eigenlijk geeft elk werk er blijk van een buitenissig kunstenaarschap. Het eerste bewijs daarvan is Couple under an Umbrella, een onmogelijk echt uitziende beeldengroep. Een stel op leeftijd zit er in badpak en zwembroek onder een enorme parasol. Meneer en mevrouw zijn elk een paar maten groter dan gewone mensen, maar hun huidplooien, vetrolletjes en teennagels zijn zo alledaags als maar kan. Levenechte formaten maakt Mueck nooit. Die zie je elke dag op straat, vindt hij, en als je vormen vergroot of verkleint, komen zaken aan het licht die anders onopgemerkt blijven. Bij Mueck geldt meestal: hoe groter, hoe kwetsbaarder. Wanneer hij mensen verkleint, springen dan weer aan eenzaamheid refererende eigenschappen in het oog. Zo zette hij een naakt mannetje in een veel te grote sloep, en vind je ook een poedelnaakt mevrouwtje dat met veel moeite een enorme takkenbos torst. Mueck (°1958), die pas op zijn veertigste kunstenaar werd, na een carrière als etalagist en poppenmaker, laat in Parijs een onuitwisbare indruk na. Zijn hyperrealisme is zonder meer verpletterend, net als zijn onderwerpkeuze. De Mueckmens is altijd moe, kwabbig of versleten. Status of schoonheid heeft hij of zij haast nooit, magie daarentegen des te meer. Meesterlijk. ELS FIERS