Zonnebaders die in een perfect spel van licht en lijnen aan een zwembad liggen te soezen. Een Iers straatboefje dat je onder schot neemt met een speelgoedpistool. Een oud vrouwtje dat zich vooroverbuigt naar een schilderij van Paul Delvaux, alsof ze het schaamhaar wil inspecteren van de blote deerne die erop afgebeeld staat. Wat meteen opvalt wanneer je dit retrospectieve boek van fotografe Martine Franck (1938-2012) doorbladert, is hoe exquis gecomponeerd haar beelden zijn, vaak met een speelse knipoog en altijd getuigend van empathie en engagement.

Sinds 1970 was de in Antwerpen geboren Franck getrouwd met Henri Cartier-Bresson, de Franse peetvader van de documentaire fotografie, al zou het seksistisch zijn om haar te reduceren tot 'de vrouw van'. Op het moment van hun eerste date had Franck al gepubliceerd in tijdschriften als Life, Fortune en Vogue. In 1983 werd ze bovendien de eerste vrouw die werd toegelaten tot het prestigieuze fotoagentschap Magnum, dat haar echtgenoot in 1947 samen met Robert Capa had opgericht.

Zwembad ontworpen door Alain Capeilleres, Le Brusc, zomer 1976. © Martine Franck / Magnum Photos

Nochtans was fotografie een toevallige roeping voor Franck. 'In 1963 had ik een visum voor China', vertelde ze ooit. 'en ik leende een Leica-toestel van mijn neef, die me zei dat ik met mooie foto's moest terugkomen.' Dat deed ze met verve, zoals dit boek royaal illustreert, waarna ze ook begon met het portretteren van bekende artiesten. Alberto Giacometti, Marc Chagall, Balthus, Ariane Mnouchkine... Allen poseerden ze voor haar tactiele camera, die met één flits tot in hun ziel loerde.

Daarnaast bleek Franck al even bedreven in het maken van humanistische docureportages. Ze behoorde tot de naoorlogse fotografieschool die de wereld wilde vastleggen zoals hij was. Zonder opsmuk. Of toch geen al te zichtbare. Haar favoriete actieterrein bevond zich bijgevolg buiten de studio. Daar schoot ze de meest levendige en intiemste beelden, bij voorkeur in zwart-wit en van de zwakkeren uit de samenleving. Tibetaanse jongetjes, stakende fabrieksarbeiders, vereenzaamde bejaarden, anonieme daklozen: ze passeren in dit prachtboek, dat begeleid wordt door enkele informatieve essays, prominent de revue en krijgen van Franck niet alleen een gezicht, maar ook stijl en waardigheid.

Tijdens de expo Peintres de l'Imaginaire, Symbolistes et surréalistes belges in het Grand Palais, Parijs, april 1972. © Martine Franck / Magnum Photos

Martine Franck*****

Samengesteld door Agnès Sire, Kannibaal, 324 blz., ? 59.

Martine Franck gefotografeerd door haar man Henri Cartier-Bresson, Venetië, 1972. © Henri Cartier-Bresson / Magnum Photos