1 Waar komt deze bijzondere zoutgeschiedenis vandaan?

Marc Reugebrink: Ik voelde de behoefte om deze keer iets totaal fictioneels te schrijven. Iemand vertelde me dat er onder Turnhout olie zit en dat er ooit sprake van was om proefboringen te doen op het marktplein. Een boortoren op een marktplein, wat een beeld! Ik was vertrokken. Ik verbond dat verhaal meteen met de geschiedenis van de zoutwinning in mijn geboortestreek, Twente. Daar liet eind negentiende eeuw een baron ten voordele van de bevolking een waterput boren waar tot ieders verbazing pekel uit oprees. Ik zag onmiddellijk een zoektocht naar de heilige graal: zuiver water. Ik heb er mijn fantasie op losgelaten, wat een heerlijk gevoel was.

2 Vandaar ook de bijzonder beeldrijke stijl die je hanteert?

Reugebrink: Ik heb een voorkeur voor de lange, goed gebouwde zin, of ook wel: goed ontsporende zin. Ik ontdekte vrij snel dat mijn verhaal ergens eind negentiende eeuw moest spelen. Alles is weliswaar fictie, maar ik wilde toch wel een beetje waarheidsgetrouw blijven: welke kleren droeg men, welk schoeisel? Dus ging ik op zoek, vond wonderbaarlijke kledingstukken en kon het niet nalaten om die vervolgens ook te gaan beschrijven. Gewoon omdat ik zoiets zelf graag zou lezen. Maar het is niet alleen maar beeldrijk. De dorpelingen in het boek zijn mensen van weinig woorden, die bijna zonder iets te zeggen toch heel veel vertellen. Of toch bedoelen. Dat geeft, bij alle absurditeit in het boek, aan wat er gebeurt ook een tragische dimensie. De dorpelingen zwijgen als de baron gat na gat graaft. Maar in dat zwijgen schuilt het besef dat ze door de strapatsen van de baron in het ongeluk worden gestort.

3 Het boek lijkt een spielerei, maar tezelfdertijd had ik ook het gevoel dat er meer achter zit. Is dat zo?

Reugebrink: Ik heb het vaak over de verhouding tussen individu en samenleving. In de gemeenschap die ik hier schets, zijn de dingen nu eenmaal zoals ze zijn. Vrouwen krijgen miskramen, kinderen sterven. De dominee gispt en dreigt. Zo hoort dat, ook al is het van buitenaf gezien niet juist, of onrechtvaardig. Wanneer, net als in het boek, een buitenstaander zijn intrede doet en een simpele vraag stelt, is het met alle vanzelfsprekendheid gedaan. In die zin kun je het boek ook lezen als een commentaar op al diegenen die vandaag blijkbaar weer naar zo'n vanzelfsprekende, het-is-wat-het-issamenleving verlangen.