In hoeverre is dit boek autobiografisch? Ik hoorde iets over foto's van je moeder die je na haar dood terugvond?

MARC REUGEBRINK: Niet alleen foto's. Mijn moeder stierf in 2013 en ik had als laatste van het gezin de taak alles op te ruimen. Net als Marcel in mijn roman kwam ook ik mijn lang geleden gestorven vader weer tegen, en allerlei zaken van mijn zus, die in 1994 overleed. Het was een beetje alsof ik met de dood van mijn moeder nog eens opnieuw alle leden van het gezin verloor. Dus, ja, autobiografie te over in dit boek. Maar als mijn moeder het...

MARC REUGEBRINK: Niet alleen foto's. Mijn moeder stierf in 2013 en ik had als laatste van het gezin de taak alles op te ruimen. Net als Marcel in mijn roman kwam ook ik mijn lang geleden gestorven vader weer tegen, en allerlei zaken van mijn zus, die in 1994 overleed. Het was een beetje alsof ik met de dood van mijn moeder nog eens opnieuw alle leden van het gezin verloor. Dus, ja, autobiografie te over in dit boek. Maar als mijn moeder het nog had kunnen lezen, zou ze toch vinden dat ik erg hard zit te liegen over van alles en nog wat. Want ik heb uiteindelijk voor fictie gekozen, voor Marcel, voor een restauranthouder die de sommelier uithangt. Noem het de noodzakelijke afstand om dicht bij datgene te komen waar het me om gaat: het verdriet, de rouw, de opstand tegen wat onvermijdelijk is. REUGEBRINK: Marcel zit geklemd tussen de door hem haast als dwang ervaren, cultureel bepaalde eis om een autonoom individu te zijn, en zijn veeleer door nostalgie, maar ook door het verlies van zijn moeder ingegeven verlangen naar een soort vanzelfsprekende gemeenzaamheid met alle anderen, naar de wereld van zijn ouders zoals hij zich die voorstelt. Uiteindelijk lijkt hij veel meer op zijn o zo burgerlijke moeder dan hij wil of zelfs maar kan toegeven. Je mag hier natuurlijk ook een link naar 'de toestand in de wereld' leggen. Dan kom je uit op de tegenstelling tussen het hyperindividualisme van onze consumentistische tijden tegenover gemeenschapszin. Enerzijds de mens die zijn eigen geschiedenis en daarmee zichzelf niet meer kent, en die daardoor gemakkelijk slachtoffer wordt van wat de commercie of wat populisten hem voorhouden. Anderzijds de mens die binnen de traditie leeft, maar daar in zekere zin ook aan onderhorig is en misschien gemakkelijk in de verleiding komt die te verabsoluteren. REUGEBRINK: Literatuur heeft toch nooit iets anders gedaan dan telkens opnieuw trachten te definiëren wie wij zijn in het licht van wat op een bepaald moment in de geschiedenis de werkelijkheid wordt genoemd, of zelfs de waarheid? Wie we zijn ligt nooit vast, en iedereen moet altijd weer hetzelfde verhaal opnieuw vertellen: geboorte, liefde, dood... en de belastingen, natuurlijk. Daar gaat het over in de literatuur. (M.V.)