1 Hoe begin je aan een bizarre serie als Maurits Cornelis van Esk?
...

1 Hoe begin je aan een bizarre serie als Maurits Cornelis van Esk? Marc-Antoine Mathieu: Heel eenvoudig: ik zag het niet als een serie. Het album De oorsprong stond aanvankelijk op zichzelf. Maar toen bleken lezers en recensenten het heel geestig te vinden. Vanaf het begin voelde ik een soort verbondenheid tussen mijn lezers en mezelf. Dat motiveerde me om ermee door te gaan. Ik ben er zelf nog steeds verbaasd over, want ik had nooit gedacht dat ik een stripreeks zou maken. Van Esk is voor mij een soort speelplaats. Ik kan in die reeks experimenteren, spelen en verhalen vertellen tegelijk. Zo'n vrijplaats is niet gemakkelijk te onderhouden en er verstrijkt dan ook steeds meer tijd tussen de delen. Het hoort ook bij een reeks dat de personages groeien en dat er meer geschiedenis is om rekening mee te houden. Dat zorgt voor beperkingen, maar houdt het ook spannend. 2 Je boeken staan bekend als een mengeling van filosofie en humor. Waarom die voortdurende combinatie? Mathieu: Als je erg filosofisch wordt, is het resultaat vaak serieus. Filosofie biedt een analytische blik die je de wereld beter leert te begrijpen, maar kan die wereld ook koud en triest maken. Een beetje humor houdt het lichtvoetiger. Ik spot niet met de filosofie of de wereld, maar met onze individuele blik op die werkelijkheid, die sowieso subjectief is. Spot maakt het allemaal minder beredeneerd en analytisch. Ook grote filosofen namen hun toevlucht tot humor of tot muziek om het allemaal verteerbaar te houden. Van Nietzsche en Schopenhauer is bekend dat ze muzikaal waren. Bergson komt in De oorsprong aan bod met zijn theorie over de lach. 3 Je bent ook bekend als scenograaf. Is dat geen vreemde combinatie met stripauteur? Mathieu:Mijn activiteiten vullen elkaar prima aan. Als je als scenograaf aan een tentoonstelling of een theaterstuk sleutelt, werk je noodzakelijk met andere mensen samen. Strips maken daarentegen is een eenzame bezigheid. Een tweede verschil is dat scenografie een toegepaste kunst is. De inhoud van wat gepresenteerd moet worden, heb ik dus niet noodzakelijk zelf gekozen. Voor een strip moet ik dan weer diep in mezelf een onderwerp zoeken. Kortom, de twee activiteiten zijn heel verschillend. Het zou voor mijn mentale gezondheid niet goed zijn om alleen maar strips te maken, maar als ik alleen maar scenografie zou doen, zou ik de mogelijkheid missen om verhalen te vertellen en in alle vrijheid mijn zin te doen.