Lumière verrijkt zijn catalogus classics met drie zeer uiteenlopende films die misschien meer het label cult dan klassiek verdienen.
...

Lumière verrijkt zijn catalogus classics met drie zeer uiteenlopende films die misschien meer het label cult dan klassiek verdienen. The Innocents (**** , 1961)Henry James verfilmen is geen lachertje, maar niemand deed het beter dan de Brit Jack Clayton met deze zeer subtiele bewerking van The Turn of the Screw. Deborah Kerr is ideaal gecast als de gefrustreerde Victoriaanse gouvernante die zich zorgen maakt dat de twee weeskinderen die haar werden toevertrouwd, bezeten geraken van de kwade geesten van het overleden dienstpersoneel. Clayton zoekt zijn heil niet in het effectbejag dat bij het spookhuisgenre hoort, maar creëert integendeel een aanhoudend sinistere dreiging (daarbij stevig geholpen door de suggestieve decors en de macabere fotografie van Freddie Francis) en drijft de opgekropte spanning ten top. Dit is de film waar Alejandro Amenabar de mosterd haalde voor The Others.Phantom of the Paradise (*** , 1974)In een van de meest inventieve films uit zijn vroege periode, brengt Brian De Palma de mythe van het Spook van de Opera up-to-date door de handeling te verplaatsen van de Belle Epoque-operacultuur naar de cynische zakenwereld van de glamrock. Daarenboven ontleent hij ook nog enkele motieven en obsessies uit de Faust-legende en uit Oscar Wilde's The Picture of Dorian Gray; en passant drijft hij ook nog de spot met de douchescène uit Psycho. Dit keer is het spook een in het gezicht verminkte rockcomponist die zich wreekt tegen de platenbaas die zijn werk plunderde. Dit is ook de film die het verst gaat in het camptoontje dat geregeld in het werk van De Palma de kop opsteekt. Three Women (*** , 1977)Cineasten beweren vaak dat ze zich door hun dromen laten inspireren, maar zelden werd dit zo letterlijk opgevat als door Robert Altman in Three Women. Via een hypnotiserende cameravoering tast Altman de raadselachtige gevoelswereld af van drie vrouwen (Sissy Spacek, Shelley Duvall, Janice Rule) die hun persoonlijkheid uitwisselen. Het unieke decor - een kuuroord in de woestijn - wordt gevat in een pastelkleurig palet en draagt met zijn abstraherende beelden van leegte, zand en water aardig bij tot de onwezenlijke sfeer. Ongelofelijk ook dat deze bijna experimentele film werd gefinancierd door een grote studio (Fox). P.D.