1969 Ik, Heer Van Zichem

Mijn ouders kochten speciaal voor Wij, Heren Van Zichem een tv. Die serie staat in mijn geheugen gegrift. Toen ik vorig jaar de heruitzending zag, was het alsof ik in een teletijdmachine stapte. Het wierp me terug in mijn verleden. Ik herken me in die personages omdat ik zelf van eenvoudige keuterboeren afstam. Ik zag de film van mijn gelukkige kindertijd weer voor mijn ogen rollen. Alle dromen die ik als zesjarige had, kwamen me weer voor de geest. Toen leek alles nog mogelijk. Echt waar, ik ben in een paradijs opgegroeid.
...

Mijn ouders kochten speciaal voor Wij, Heren Van Zichem een tv. Die serie staat in mijn geheugen gegrift. Toen ik vorig jaar de heruitzending zag, was het alsof ik in een teletijdmachine stapte. Het wierp me terug in mijn verleden. Ik herken me in die personages omdat ik zelf van eenvoudige keuterboeren afstam. Ik zag de film van mijn gelukkige kindertijd weer voor mijn ogen rollen. Alle dromen die ik als zesjarige had, kwamen me weer voor de geest. Toen leek alles nog mogelijk. Echt waar, ik ben in een paradijs opgegroeid. Ik dronk mijn eerste pint, die het begin van mijn ondergang en het einde van mijn onbekommerde jeugd markeerde. Tot dan zat ik bij de Chiro in Wippelgem. Onze groep had goeie tijden gekend, maar toen ik twaalf was, begon het te slabakken. Het werd zo erg dat de leiders het niet meer zagen zitten en met het geld dat nog in kas was, gaven ze een afscheidsfeest in de parochiezaal. Daar heb ik mijn eerste vier pinten gedronken.Twee dagen later liep ik nóg zat rond. Toen begon voor mij het leven waarin je niet langer op andere mensen kon rekenen. Zolang ik nog bij de Chiro was, dacht ik dat iedereen mijn vriend was. We hadden het gevoel dat we samen alles en iedereen aankonden. Ik zag die warme gemeenschap verloren gaan. Na dat feestje viel ik op mezelf terug. Op de koop toe moest ik naar de kostschool. Met veel heldenmoed heb ik dat overleefd. We moeten er niet nichterig over doen: het leven is hard en dan ga je dood. Ik zeg dat met veel berusting en aanvaarding. Het leven moét hard zijn, anders worden we lui. Je moet constant vechten voor je geluk. Ik hoorde op school This Charming Man van The Smiths. Een coup de foudre. Dat was de eerste groep waarin ik me volledig gesmeten heb. Het is een rijke band. Iedereen focust altijd op de melancholie van Morrissey, maar dat is maar een van de honderden aspecten. Niemand heeft het ooit over zijn gevoel voor humor. Tekstueel heeft Morrissey me zeker beïnvloed. Hij heeft mij geleerd dat je over alles kan zingen. Popmuziek is te mooi om je te beperken, ze moet in het volle leven staan. Ik beschouw The Smiths als vrienden van me. Ze gaven me het gevoel dat ik niet alleen stond, dat er toch iémand was die me begreep, omdat ze verwoordden wat ik dacht. De finale van de Rock Rally. Ik had alle vertrouwen in de goede afloop. Ik had het gevoel dat alles klopte. We waren de juiste groep op het juiste moment. Ik had een enorme innerlijke drang. Een hormonenbom die op ontploffen stond. Het moest en zou lukken, ik had al zo lang op dat moment gewacht. We haalden brons. Alles wat voordien onmogelijk leek, lag plots voor de hand: aandacht, een platencontract en optredens. Daarvoor had ik tien jaar lang op mijn zoldertje muziek zitten maken. Het succes op de Rock Rally heeft me op sociaal vlak deugd gedaan. Ik mag dan een gezonde boerenjongen zijn, ik ben verlegen van aard. Uit angst voor ontgoochelingen bleef ik thuis. De popmuziek heeft me verplicht uit mijn schulp te kruipen. Ik trok met vrienden naar Frankrijk om naar de zonsverduistering te kijken. Hallucinant. We stonden in een veld, alles werd donker en de vogels zwegen. Al duurde het slechts even, dat was een moment van bezinning. Ik voelde me heel nietig. Ik besefte dat een mensenleven een zucht is. Dat heeft me ertoe aangezet om nóg harder te werken en nóg meer van het leven te genieten. Of de geboorte van mijn zoon een jaar later ook zo'n gebeurtenis was die me aan het filosoferen bracht? Niet echt. Het was wél overweldigend natuurlijk. Daar zijn geen woorden voor. Op reis in Tsjechië besefte ik dat we in België ons landschap zijn kwijtgespeeld. We hebben ons eigen nest vernietigd. Onlangs reed ik van Sint-Niklaas naar Beveren. Overal lelijkheid en verkaveling. Ja, we hebben fantastische steden, zoals Gent, waar we decadent kunnen zijn, maar je kunt niet meer vluchten. Nergens kan je nog tot rust komen. In Tsjechië was ik omringd door vrede en stilte. Dat heeft mij enorm geraakt. Ik ga zelden op vakantie, maar die reis heeft het wereldbeeld dat ik al had enkel nog versterkt. Ik ging voor het eerst naar de Culture Club in Gent. Tot dan toe stond de dancescene ver van mijn bed. Vrienden zeiden me: 'Vos, jij altijd met je rock-'n-roll. Je moet ook eens naar een discotheek gaan.' Ik dacht dat ik daar te oud voor was, maar het werd een openbaring. Ik had niet verwacht dat het zo prachtig zou zijn. Ik begrijp nu ook waarom die negermuziek van Kelis en The Neptunes zo populair is. Het is hedonisme pur sang. Kijk, die zwarten werden jarenlang onderdrukt. Nu hebben ze, dankzij het succes van r&b, geld en macht. Ze zijn trots op hun decadente levensstijl, gericht op het hier en nu. Op rockconcerten zie je venten met lang haar en vuile jeans, in de Culture Club meisjes met glittertjes op hun wangen. Die levensvreugde spreekt mij aan. Ik probeer sinds die doop zoveel mogelijk naar discotheken te gaan. Ik wil niet beweren dat ik goed kan dansen, maar ik heb wel een eigen stijl. (lacht)Mijn eerste e-mail. Normaal ben ik niet zo voor de vooruitgang. Ik ben tegen gsm en sms: ik weet niet hoe dat in elkaar zit en ik wíl het ook niet weten. Maar de computer is van alles wat naar de toekomst dendert, het enige dat ik kan toejuichen. Dankzij e-mail moet je niet meer telefoneren. Een zegen, want ik háát dat. Met e-mail kan je tenminste zonder gezwets communiceren. De pc is dan weer het ideale middel om je gedachten te ordenen. Want mijn geest is een chaos. Vóór 1996 schreef ik mijn columns nog met de hand. Wat een gedoe! lDE CD 'PLAN B'van gorki is uit bij lipstick notes. HET BOEK 'DE REST IS GESCHIEDENIS' ATLAS, 224 BLZ., 15E.Peter Van Dyck