Centrale zinnen Hij vergat nooit een verjaardag. Als je ziek was, belde hij verdomme elke dag op. Hij beschermde al zijn vrienden. Slechts een kleine kring heeft die kant gezien.
...

Centrale zinnen Hij vergat nooit een verjaardag. Als je ziek was, belde hij verdomme elke dag op. Hij beschermde al zijn vrienden. Slechts een kleine kring heeft die kant gezien. 'Hij was niet gelukkig zolang hij niemand in zijn omgeving ongelukkiger kon maken dan hij zelf was.' We verwijlen nog maar in Lou Reeds kinder- en studentenjaren wanneer schrijver Anthony DeCurtis - een medewerker van het blad Rolling Stone en sinds 1995 een persoonlijke vriend van zijn onderwerp - het verhaal al optrekt naar honderd per uur. Aan de hand van kenschetsen uit de mond van jeugdvrienden, studiegenoten en Reeds eerste grote liefde (de bruinogige voor wie hij Pale Blue Eyes schreef) smeedt DeCurtis een beeld van een jongeman die, lang vóór The Velvet Underground, al weerspannig genoeg was om de gevestigde sociale, seksuele of culturele orde een trap in de ballen te verkopen. De elektroshocktherapie waaraan zijn burgerlijke, Joodse ouders hem onderwierpen in de goedbedoelde hoop hem van zijn schizofrenie, depressies en vermeende biseksualiteit af te helpen, weekte bij Reed jr. een levenslang gekoesterde haat tegen zijn vader los. DeCurtis doorprikt dat deels als een foefje: wat Reed, erop gebrand rock en literatuur te verzoenen, als een oedipale wraak aanzag, verschafte hem namelijk meer dan genoeg stof om te schrijven. Telkens als de bron met getuigenverklaringen in deze doortimmerde biografie ietwat jammerlijk opdroogt, onderscheidt DeCurtis zich nog altijd door Lou Reeds oeuvre, zowel met de Velvets als solo, in functie van zijn karakter te ontleden. Wat daaruit naar boven komt, is het bekende portret van een complexe, zelfingenomen bullebak en schenenschopper. 'God verhoede dat ik op een dag aardig word. Dat zou alles verpesten': die quote schonk Reed de auteur ooit, in een kadertje en al. Gelukkig slooft DeCurtis zich uit om ook de kwetsbare, gevoelige man achter dat pantser te ontbloten: een artiest die tijdens een signeersessie in een achterkamertje in tranen uitbarst om alle lof die passanten hem toewerpen. U hebt niet langer een excuus om Lou Reed niet (opnieuw) te leren kennen.