1. Le départ

(Jerzy Skolimowski, 1966)
...

(Jerzy Skolimowski, 1966) Met de centen van zijn Belgische producente van Poolse origine Bronka Ricquier, draaide de jonge Skolimowski in de straten van Brussel dit portret van een kappersbediende (gespeeld door nouvelle vague-icoon Jean-Pierre Léaud) die van autoraces droomt. In de openingsscène scheurt hij met zijn Porsche over de intussen afgebroken viaduct tussen Koekelberg en Rogier. (Blake Edwards, 1969) Edwards zou dit hyperromantisch en semi-muzikaal spionagedrama oorspronkelijk in Parijs draaien, maar de meirevolte strooide roet in 't eten en deed deze peperdure Paramountproductie uitwijken naar Brussel. Bijgevolg kweelt Julie Andrews haar openingsnummer in de Munt, wordt er gewandeld en geroeid rond het Robinson-eiland in het Terkamerenbos en figureert het gemeentehuis van Sint-Gillis als politiecommissariaat. Rock Hudson vond de toenmalige homoscene in Brussel dermate vervelend dat hij zich in het weekend snel naar de sauna's van San Francisco spoedde. (Claude Chabrol, 1970) Chabrol draaide dit even geraffineerd als bizar echtscheidings- en hoederechtmelodrama grotendeels op locatie in Brussel. De perfide schoonvader (Michel Bouqet) woont in een vorstelijk huis in de Square du Bois-enclave aan de Louizalaan; de openingsscène waarin de drugsverslaafde Jean-Claude Drouot zijn zoontje naar het leven staat, speelt in de tuinwijk Floréal, maar Chabrols meest ingenieuze gebruik van chique Brusselse couleur locale, is een tramritje langs de Tervurenlaan. (André Ernotte, 1976) Mort Schuman (wiens zangkunst ons gelukkig bespaard blijft) speelt een American in Brussels die zich ontfermt over een gekke vrouw die de Marollen onveilig maakt. De overacting van Annie Cordy maakt het sfeerbeeld van een stukje volkse Brusselse folklore vrijwel ongenietbaar. (Chantal Akerman, 1982) Een luchtige montage van fragmenten uit tientallen liefdesgeschiedenissen zonder einde of begin, met als gemeenschappelijk decor het grijze Brusselse stadscentrum tijdens een zwoele onweersnacht. Geen herkenbare monumenten, maar een mozaïek van anonieme kamertjes, kroegen en appartementen. (Marc Didden, 1983) In het filmdebuut van Brussel-kenner Marc Didden is de hoofdstad veel meer dan louter decor: elke locatie vat de troosteloosheid van de hoofdpersoon (François Beukelaers) en de andere mensen die ronddwalen in de Brusselse nacht. De film opent met een panorama van een grauwe grootstad opgenomen vanuit de buitenlift aan het Sheratonhotel, en voert ons mee naar zowel iconische als alledaagse plekken van een groezelige, stedebouwkundig verknoeide metropool buiten het toeristisch seizoen. (Jaco Van Dormael, 1991) De terugblik van Michel Bouquet op zijn jeugd heeft als meest idyllisch nostalgisch decor de beroemde tuinwijk Floréal in Watermael Bosvoorde, waarvan Van Dormael de irreële kneuterigheid transformeert tot een Belgische versie van de suburb-poëzie in het werk van David Lynch of Tim Burton. (Frank Van Passel, 1995) De titel heeft niks te maken met de grootste toeristische attractie van Brussel, wel met een jeugdtrauma van de jonge protagonist (Frank Vercruyssen). Wat niet belet dat het Brusselse decor in retro fifties-stijl door de debuterende cineast prachtig wordt benut, van de huurkazerne tot de ouderwetse tram die Antje De Boeck bestuurt. (Alex Stockman, 2000) De ex-filmrecensent van Humo debuteerde met een ironische road movie en nouvelle vague-hommage in stijlvol zwart-wit. Het Brusselse decor wordt grotendeels te voet verkend; het grillige parcours voert ons van de Marollen naar het Zuidstation, van hartje Brussel (Brouckèreplein; de Fuse; Parking 58) naar het kanaal en de haven. (Kaat Beels, Peter Vandekerckhove, Marc Didden, 2000) Drieluik grotendeels gesitueerd rond de Stévinstraat. Deze oude Brusselse stadswijk leeft in de schaduw van de almaar uitbreidende kantoorzone rond het Berlaymontgebouw - een gegeven waar de cineasten een stukje uit het leven gegrepen grootstadpoëzie uit puren. Didden breidt zijn actieradius ook uit tot de metro Brouckère en de lobby van de Metropole, het meest 'cinegenieke' hotelpalace dat Brussel rijk is. Door Patrick Duynslaegher