Werner Herzog
...

Werner Herzog 11/01 Film & ontmoeting: Little Dieter needs to Fly (www.bozar.be) 12/01 Ontmoeting met Werner Herzog in het Filmmuseum (bis) (www.filmarchief.be) 13/01 Film & ontmoeting: Aguirre, der Zorn Gottes in Flagey (www.flagey.be) 02-30/01 Retrospectieve in Filmmuseum (bis) te Brussel (www.filmarchief.be) 02-29/01 Retrospectieve in Muhka te Antwerpen (www.muhka.be) Wie wekelijks de bioscoop aandoet, weet dat het filmbedrijf meer dan ooit wordt geregeerd door blote domheid en kortzichtig entrepreneurschap. Gelukkig zijn er nog altijd beeldenstormers die koppig op de mainstream inbeuken en hun camera hanteren als een scalpel waarmee diepere menselijke waarheden en craquelures op de dunne vernislaag van de beschaving worden blootgelegd. Zo iemand is de Duitse regisseur Werner Herzog. De jongsten onder u kennen Herzog ( né Stipetic, in 1942 in Beieren) vooral van Grizzly Man (2005), maar aan die verbijsterende documentaire over de gestoorde berenvriend Timothy Treadwell ging al een verpletterend oeuvre vooraf. Rode draden daarin: de fundamentele eenzaamheid van de mens in deze aardse woestenij, de beschaving die als een pletwals over alle vormen van non-conformisme heen dendert én - wellicht zijn grootste obsessie - de maakbaarheid van werkelijkheid en mythe. Geen wonder dat Herzog, die begin jaren 70 met Wenders en Fassbinder het triumviraat van de Neue Deutsche Welle vormde, vaak voor Don Quichotachtige outsiders kiest en steevast op de scheidslijn tussen feit en fictie balanceert. 'Als ik voor één van mijn films tot in de hel zou moeten afdalen om er met de duivel te worstelen, dan zou ik dat zonder aarzelen doen', liet de fanatieke fantast ooit weten. 'Mijn films zijn me even dierbaar als mijn kinderen.'Favorieten kiezen uit zijn ruim 50 titels tellende cataloog is dan ook geen evidente opgave, al kunnen neofieten in geen geval om vier films heen die internationaal zijn reputatie vestigden: Aguirre: der Zorn Gottes (1972), met geniale gek Klaus Kinski als de conquistador die opgaat in zijn obsessies en de jungle; Jeder für sich und Gott gegen alle (1974), een hallucinant en pakkend portret van idiot savant Kaspar Hauser, Nosferatu: Phantom der Nacht (1979), zijn Murnau-update met Kinski als levensschuwe vampier én Fitzcarraldo (1982), het waanzinnige verhaal van rubberboer Brian Sweeney Fitzgerald (Kinski alweer) die een operahuis wil bouwen in de brousse van Peru. 'Misschien zoek ik wel naar Utopia', filosofeerde Herzog ooit, 'naar een plek van waardigheid en respect, planeten die nog niet bestaan of gedroomde landschappen. Weinig mensen zoeken nog naar die beelden, maar voor mij is het een heilige roeping.' Wat Herzog daar precies mee bedoelt, ontdek je nog de hele maand lang in de filmmusea van Antwerpen en Brussel, of u kan het hem zelf vragen wanneer de meester op 11, 12 en 13 januari naar Brussel afzakt. Dave Mestdach