(Living Colour)
...

(Living Colour) 'La politique des ateliers' is een mooie omschrijving - en daar zijn de Fransen altijd goed in geweest - van een theorie die stelt dat je films uit de gloriejaren van het Amerikaanse studiosysteem niet in de eerste plaats herkent aan de regisseur die aan het roer stond (zoals wordt beweerd in de oorspronkelijke politique des auteurs), maar aan de studio die de film vervaardigde. Zoals met alle theorieën moet je dit wel met een korreltje zout nemen. Al klopt het wel dat in de jaren 1930-1958 elke major zijn specialiteit had en dat kenners ook zonder het logo van de desbetreffende studio meteen zagen uit welke filmfabriek de prent in kwestie afkomstig was. MGM, dat de grootste sterren onder contract had, excelleerde in gladde glamour (veel musicals en flamboyante melodrama's); bij Paramount vierde de sophisticated comedy en de continentale stijl hoogtij (vanwege de vele Europese immigranten achter de camera); Universal zette zich op de kaart met een invloedrijke horrorcyclus; 20th Century Fox pakte dan weer graag uit met prestigefilms met een belerend toontje en een nadrukkelijk sociaal geweten; het kleine broertje Republic spitste zich toe op goedkope westerns. De studio met de sterkste signatuur was echter Warner Brothers, waar vanaf het begin van de jaren dertig bikkelharde misdaadfilms van de lopende band rolden. De budgetten waren krapper dan bij de rivalen, maar voor verhalen over jeugdcriminaliteit, gangstersaga's, drama's over de georganiseerde misdaad en grimmige, realistische onderwerpen waren geen dure decors vereist en de expressionistische zwart-witfotografie verhulde de povere middelen. In zijn Classic Cinema Collection brengt Living Colour elke maand enkele titels uit het misdaadreservoir van Warner opnieuw uit, vaak voorzien van uniek archiefmateriaal en audiocommentaren van filmhistorici. Films die meestal hun verhalen plukken uit de periode van de Drooglegging (1919-1933), toen het aanmaken, verkopen en transporteren van sterke drank verboden was, en ook getekend waren door de Depressie (1929-1934) toen een wereldwijde economische crisis massale werkloosheid veroorzaakte. Deze prenten blonken uit door hun maatschappijkritische toon, hun hardgekookte dialogen, hun brutale en kordate manier van vertellen. De studio beschikte ook over een reeks contractspelers die zowel in hun uitstraling als hun fysiek geen enkele moeite hadden om de taaie jongen uit te hangen. 'We had faces then', mijmert Gloria Swanson in Sunset Boulevard over haar gloriedagen tijdens de stille film. Bij Warner hadden ze geen gezichten maar smoelen: James Cagney, Edward G. Robinson, George Raft en bovenal Humphrey Bogart (zie top 5). Patrick Duynslaegher