Ik schrijf graag romans. Het is een eenzame bezigheid en je wordt bij elk boek een beetje gekker en een heel pak ouder. En dat zijn nog niet eens álle voordelen.
...

Ik schrijf graag romans. Het is een eenzame bezigheid en je wordt bij elk boek een beetje gekker en een heel pak ouder. En dat zijn nog niet eens álle voordelen. Omdat ik contractueel tewerkgesteld was als havenarbeider en ook wel scenarist, heb ik sinds 2015 niet meer aan een roman gewerkt. De lijst met ideeën wordt steeds langer en gesteld dat het niet zo'n lelijke beeldspraak was, dan zou ik beweren dat het soms jeukte. Ook mijn uitgever is het na vele jaren nog altijd niet moe om me met een cheque de bergen in te sturen en te wachten tot mijn manuscript er eindelijk ligt en ik vervolgens moeilijk begin te doen over het coverontwerp. En het lettertype. En het wisselende weer in Amsterdam. En het tweede, alsook het derde tot en met het zevenentwintigste voorstel voor een beter coverontwerp. En de fouten die de corrector heeft laten staan want godverdomme kan iedereen even gewoon zijn best doen ja. Het punt dat ik wil maken, is dat niets me tegenhoudt om een nieuwe roman te schrijven. Ik heb er zin in en iemand wil hem uitgeven, zo simpel is het. Zou je denken. De enige reden waarom ik het nog niet doe, is dat ik na tien jaar schrijver spelen en vijf romans de literaire wereld zo, maar dan ook zo grondig beu ben geraakt dat enkel de gedachte om weer eens door hetzelfde proces te moeten gaan, mij de nodige motivatie ontneemt. En meer nog dan wat ik hier nu nogal abstract samenvat als het proces, is het een zeker belegen, kakkerig en soms wereldvreemd sfeertje dat ik wil vermijden. Na al die jaren kan ik nog steeds niet precies zeggen aan wat of wie dat nu juist ligt. Je kunt ook een avond uitgaan met een gezelschap, en hoewel niemand in het gezelschap een klootzak of een trut is, zit de sfeer toch niet lekker. Niemand weet waarom, iedereen voelt het. Er wordt niet meer afgesproken nadien. Of misschien wel, als er niet echt andere opties tot sociaal contact bestaan, bijvoorbeeld in een klein dorp ver weg van een stad. Dat is een beetje hoe ik me voel met betrekking tot de literaire wereld. Ik hou er niet van en ben daarmee niet alleen, maar raak er niet uit want er bestaat geen alternatief. Nieuwe schrijvers komen bij me klagen. Stilletjes en waar niemand het kan horen, ik vermoed uit angst om een recensent of journalist of een collega of de mensen die de subsidies uitdelen tegen de borst te stuiten. Ze vinden het ontzettend hoe lelijk de geletterde salons waarvan zij misschien al droomden sinds zij kinderen waren, kunnen tegenvallen. Literatuur is niet meer nodig, laten we dat niet vergeten. Als de verzameling instanties en kanalen die tussen het boek en de lezers zitten hun houding niet gaan veranderen, als de sfeer niet evolueert van elitair, inteelterig en naargeestig naar iets zuurstofrijkers, dan zal de literatuur verder verschrompelen en verdorren en ten slotte sterven. Wat, als ik er nu over nadenk, niet eens zo'n nare gedachte is. Want stel je maar eens voor dat je de dag erna aan een boek mag beginnen. P.B. GRONDANieuwe schrijvers komen bij me klagen. Ze vinden het ontzettend hoe lelijk de geletterde salons waarvan zij misschien al droomden sinds zij kinderen waren, kunnen tegenvallen.