LINDSTROM & PRINS THOMAS
...

LINDSTROM & PRINS THOMAS (Eskimo/News) In concert: 2/12 Petrol, Antwerpen. Heeft de eindredacteur een lief in Reykjavik? Is de journalist lid van een Noorse zalmvissersclub? Geen idee, maar je vraagt het je wel af, als je hier of daar wéér een muziekspecial ziet verschijnen over 'niet te missen' Scandinavisch talent. Alsof álle bands uit IJsland of Noorwegen op z'n minst geniaal zijn. Vergeet het. Van de voorbije tien jaar willen wij ons vooral Björk, Sigur Rós, Röyksopp, Motorpsycho, Hedningarna, Jaga Jazzist en Nils Petter Molvaer herinneren. Een fraai lijstje, dat wel, en stuk voor stuk artiesten die ons anders naar muziek leerden luisteren. Daar voegen we nu nóg een naam aan toe: het Noorse duo Lindstrom & Prins Thomas. 'Wellicht net het gebrek aan een echte scene', reageerde Prins Thomas wanneer hem een tijdje geleden naar het geheim van de Noren werd gevraagd. 'We willen geen ambassadeurs zijn', is zijn collega Hans-Peter Lindstrom al even nuchter. 'Van buitenlandse journalisten krijgen we vaak te horen hoe bijzonder de elektronische muziek uit Noorwegen is, maar in eigen land wordt daar nauwelijks aandacht aan geschonken.' Ze komen uit een kleine natie, waar iedereen iedereen kent, maar als puntje bij paaltje komt, zijn het allemaal individualisten. En precies dat is hun kracht. Het duo Lindstrom & Prins Thomas - de eerste profileert zich als knoppenalchemist, de tweede als deejay/producer - verwierf tot nog toe vooral bekendheid met de remixes die ze voor DFA acts als LCD Soundsystem en The Juan McLean bereidden. Alom werd hun 'futuristische disco' bejubeld. Que? Wie hun eerste en titelloze artiestenalbum beluistert, stelt snel vast dat gelijk welk etiket tekortschiet. Hun muziek heeft een ambigu karakter. Tegenover computerexperimenten, die schatplichtig zijn aan zowel Can als clicks 'n cuts, plaatsen ze lichtvoetige motiefjes uit analoge synthesizers. De geest van disco huist ontegensprekelijk in de ritmes. De funky bas is een constante. Af en toe worden zelfs de handclaps in ere hersteld. Maar tegelijk overstijgt het dat genre. In Sykkelsesong worden de Giorgio Moroder sound, een bluesy gitaar en geroffel op potten en pannen tot een natuurlijk geheel gesmeed. Het hoéft overigens niet altijd uptempo te zijn. Don O Van Budd en Naa Er Druene Paa Sitt Beste bezitten ongewone, trage ritmes. Dat laatste nummer mag zelfs een beetje mank lopen: dat er al eens een beat gemist wordt, vergroot enkel de charme. Net als bij de albums van Air schuilt er evenveel spacy psychedelica en prog rock als disco in deze plaat. Al geeft Lindstrom aan dat het er onbewust ingeslopen is. Hij wijt het aan hun manier van werken: ze nemen live jams op en verknippen ze vervolgens. Dat het gespecialiseerd journaille vervolgens vergelijkingen met Pink Floyd en Alan Parsons Project bovenhaalt, neemt hij erbij. Alan Parsons mag dan als een 'fout' artiest beschouwd worden, zijn compositie Mammagamma werd door sampleartiesten en deejays druk gesolliciteerd, en de tracks Boney M Down en En Dag I Mai tonen aan waarom. Feel AM start filmisch - het lijkt wel één of andere tv-tune - tot de keyboards wegvallen, enkel bas, drum en gitaar overblijven en je plots inziet dat de twee Antonio Carlos Jobim fans zijn en hier een fijnzinnig bossanova-lied onder verstopt hebben. In Don O Van Budd, dat ingeleid wordt door de borrelende klank van een waterkoker, hoor je op de achtergrond stemmen zoemen. Naar het einde toe accentueren die zich steeds meer tot een staaltje close harmony dat de Beach Boys hadden kunnen verzinnen. De omgevingsgeluiden die in de tracks verwerkt worden, de flessenpercussie die in Suppegjok opduikt: het zijn elementen die de cd een zekere speelsheid meegeven. Subtiele humor siert Horseback: het ritme in galop en de keyboards die een gefloten deuntje nabootsen, vragen erom op de soundtrack van een komische western te belanden. Lindstrom & Prins Thomas houden van traditionele songs en melodieën, al wachten ze tot afsluiter Run om die liefde luid en duidelijk te outen. Dit debuut verbluft door de rijkdom, die zowel uit de instrumentatie als uit de muzikale bagage van deze Noorse tandem spreekt. Peter Van Dyck