Karl Ove Knausgard, De Geus (originele titel: Min Kamp. Andre bok), 576 blz., euro25.
...

Karl Ove Knausgard, De Geus (originele titel: Min Kamp. Andre bok), 576 blz., euro25. Naar eigen zeggen is Knausgard een mens die in alle omstandigheden zegt wat het meest gepast is. Als schrijver wil hij het anders en beter doen. Niets verhullen, dat wil hij, en zijn eigen leven is het veld waarop hij die strijd levert. In Vader schetste hij een in al zijn oprechtheid beklemmend portret van zijn vader, die zich op zijn veertigste bruusk op de pechstrook van zijn eigen leven parkeerde en zichzelf bijna routineus het graf in zoop. In Liefde ontleedt Knausgard minstens even meedogenloos de relaties die hij nadien aanknoopte met andere mensen, met zijn eerste vrouw en met zijn tweede vrouw, met wie hij kort na elkaar drie kinderen kreeg. Terwijl zijn leven voortkabbelt op het typische ritme van een huishouden met jonge kinderen, krijgt hij het beeld van wat zijn volgende roman moet zijn steeds minder scherp. Er is altijd wel iets anders dat aandacht en tijd opeist. Als het geen dochter is die de zoon tot bloedens toe krabt, dan een vrouw die het alleen zijn even hard verafschuwt als hij die eenzaamheid opzoekt. Knausgard vlucht weg in boeken, in muziek, in zijn eigen gedachtenbubbels en omdat er zich niets anders aanbiedt, begint hij dat alles op te schrijven. Niet zonder walging en zelfhaat. 'Ik haat iedere zin die ik opschrijf', noteert hij halverwege in Liefde. Tweehonderd bladzijden eerder had hij zijn lat voor wat een roman moet zijn al gelegd. Op zoek gaan naar iets anders. 'Dat was de enige verplichting die de literatuur had, in alle andere opzichten stond ze vrij behalve in dit, en als schrijvers dat verzuimden, verdienden ze het slechts met verachting te worden behandeld.' Een roman mag in de ogen van Knausgard geen doorslagje zijn van het bekende, geen aaneenschakeling zijn van technieken en mechanieken die als ze goed opgewonden zijn ook de lezer een aardig hoogtepunt bezorgen. Een roman moet verbijsteren, moet voor schrijver en lezer een onbeschermde sprong in de diepte zijn. Bijna obsessief houdt Knausgård ieder detail van zijn leven tegen het licht. Een mislukte vakantiedag kruipt pijnlijk minuut per minuut voorbij, als hij koffie gaat drinken, be-schrijft hij hoe hij het briefje van 100 kronen gladstrijkt, hoe het vlokje melk openbarst en de zwarte laarzen rond de kuiten van de serveerster knellen. Door die kruimels van een doordeweekse dag als goudschilfers in zijn hand te wegen, ontstijgen ze het banale en het alledaagse, vooral ook omdat Knausgard er permanent zijn eigen bedenkingen aan koppelt. Over wat herinneringen waard zijn. Over de invloed van je omgeving op wie je als mens wordt of bent. Over het neerzuigende effect van de voorspelbaarheid. Zes boeken in totaal telt Min kamp. Steeds dieper kerft Knausgard in zijn eigen huid. Het is zoals de scène die hij in Liefde beschrijft: tijdens een dronken nacht pakt hij een glasscherf en kerft hij in zijn wangen en voorhoofd. Liefde lijkt een van die krassen op zijn gezicht. Volgende week in Knack Focus: een buitengewoon interview met Knausgard. TINE HENSSLEUTELZIN: Een goed mens zijn. Verdomme, een goed mens zijn, dat kon ik toch zeker wel opbrengen?