Vandaag is de lp met de iconische bananenhoes van Andy Warhol een begrip, maar de eerste jaren na zijn release, op 12 maart 1967, was het debuut van The Velvet Underground een gigantische flop. Door haar grimmige en verontrustende aard stond de plaat haaks op de toenmalige tijdgeest. Terwijl Amerika in de ban van de flowerpower was, provoceerde de groep met songs over harddrugs, paranoia en seksuele onderwerping. Tegenover het escapisme van de hippiegeneratie plaatste de literair begaafde r&b- en freejazzadept Lou Reed het rauwe realisme van het leven aan de z...

Vandaag is de lp met de iconische bananenhoes van Andy Warhol een begrip, maar de eerste jaren na zijn release, op 12 maart 1967, was het debuut van The Velvet Underground een gigantische flop. Door haar grimmige en verontrustende aard stond de plaat haaks op de toenmalige tijdgeest. Terwijl Amerika in de ban van de flowerpower was, provoceerde de groep met songs over harddrugs, paranoia en seksuele onderwerping. Tegenover het escapisme van de hippiegeneratie plaatste de literair begaafde r&b- en freejazzadept Lou Reed het rauwe realisme van het leven aan de zelfkant van de samenleving. Onder impuls van Reed en de klassiek geschoolde altviolist John Cale, die zich laafde aan de avant-garde van John Cage en La Monte Young, flirtte de New Yorkse band met enerverende drones, overstuurde gitaarnoise, lange improvisaties en repetitieve structuren. Het resultaat was intens en uitdagend: The Velvets verkenden de grens tussen muziek en lawaai en vielen volstrekt nergens mee te vergelijken. In De plaat die rock volwassen maakte beschrijft Peter Bruyn de alchemie tussen de muzikanten, met hun onderling zeer verschillende karakters en achtergronden, schetst hij het subculturele klimaat waarin het werk van The Velvet Underground tot stand kwam en geeft hij aan waarom radio, pers en publiek hun grensverleggende muziek tergend lang negeerden. Daarbij belicht hij de rol van mentor, katalysator en popartpaus Andy Warhol, die weliswaar de Duitse gastchanteuse Nico aan de groep opdrong, maar tegelijk met zijn kunstatelier The Factory een biotoop schiep waar de leden compromisloos hun ding konden doen. De auteur geeft inzicht in de ontstaansgeschiedenis van pakweg Heroin en Venus in Furs en de blijvende impact van die nummers op het rockmilieu. Hij laat alle protagonisten uitgebreid aan bod komen en reconstrueert hoe enkele underdogs konden uitgroeien tot sleutelfiguren van de twintigste eeuw. Want zoals Brian Eno ooit stelde: iedereen die The Velvet Undergound & Nico ooit hoorde, zou later zelf een band oprichten. Uiteraard put Bruyn vaak uit de biografieën van Victor Bockris of de memoires van John Cale, maar hij gaat wél kritisch om met zijn bronnen. Een goede zaak, want de beweringen van de bandleden zijn niet altijd even betrouwbaar en ook Warhol achtte een goed verhaal belangrijker dan de ware toedracht. Af en toe bezondigt de journalist zich aan storende herhalingen, maar al bij al is zijn analyse meeslepend, informatief en gedetailleerd. Er schijnt licht in The Velvet Underground. THE VELVET UNDERGROUND & NICO: DE PLAAT DIE ROCK VOLWASSEN MAAKTE *** Peter Bruyn, In de Knipscheer, 328 blz., ? 19,50 DIRK STEENHAUTCENTRALE ZIN 'The Factory was een verzamelplaats van vereenzaamde gelukzoekers, artistieke daklozen en ontheemde rijkeluiskinderen die hoofdzakelijk uit de provincie afkomstig waren.'