Ik bekijk mijn eigen films niet vaak. Ze maken me depressief.' Zo vertelde Ingmar Bergman enkele weken geleden in een zeldzaam interview aan de Zweedse televisie. Iemand zou de nu 85-jarige regisseur toch eens een PR-verantwoordelijke moeten aansmeren. Want wat zijn de eerste woorden die een mens te binnen schieten bij het horen van de term 'Bergman-film'? Zwaarmoedig vooral, en treurig, terneerdrukkend, ook wel hoogdravend. En dan komt de regisseur vertellen dat hij zelf zijn werk niet meer kan uitzitten!
...

Ik bekijk mijn eigen films niet vaak. Ze maken me depressief.' Zo vertelde Ingmar Bergman enkele weken geleden in een zeldzaam interview aan de Zweedse televisie. Iemand zou de nu 85-jarige regisseur toch eens een PR-verantwoordelijke moeten aansmeren. Want wat zijn de eerste woorden die een mens te binnen schieten bij het horen van de term 'Bergman-film'? Zwaarmoedig vooral, en treurig, terneerdrukkend, ook wel hoogdravend. En dan komt de regisseur vertellen dat hij zelf zijn werk niet meer kan uitzitten! De clichés rond Ingmar Bergman zijn natuurlijk voor een stuk waar: het leven in zijn films is geen pretje. Ontrouw, de trage ontbinding van de liefde, onmogelijkheid tot communicatie, angst voor de dood, het zijn een paar van de weinig opbeurende thema's die in Bergmans films terugkomen (en meestal allemaal samen). De eerste algemeen erkende typische Bergman-film - zijn zesde - heet niet voor niets Gevangenis (1949, rond een kibbelend echtpaar dat zich in zelfmedelijden wentelt) en ook veel van de daaropvolgende werken bieden ongeveer even veel levensvreugde als de verzamelde boekdelen van Schopenhauer. In De Nacht van een Clown (1953) staat een rondreizend circus, waarvan de eigenaar samen is met een overspelige jonge minnares en de clown met een al even overspelige vrouw van middelbare leeftijd, symbool voor de lijdensweg die we moeten doorstaan ten gevolge van verkeerd gelopen liefdesrelaties, en voor de onvermijdelijke eenzaamheid van iedere mens. Het bekendere Wilde Aardbeien (1957) draait dan weer rond een oude professor die op reis (ook een belangrijk motief bij Bergman) gaat om een eretitel in ontvangst te nemen. Hij neemt zijn schoondochter mee en die wrijft haar gezel voortdurend zijn mislukte leven onder de neus. 'Film is de enige kunstvorm die diep in de donkere kamers van onze ziel binnendringt', zo zei Bergman ooit. Hij had een punt. Niet alleen de thematiek van Bergmans film kan zwaar op de hand zijn, maar ook de inkleding. Lange discussies over allerlei metafysische onderwerpen, gewichtige droomsequenties vol surrealistische en freudiaanse symbolen, loodzware metaforen, ze maken de films niet meteen licht verteerbaar. Zo is er bijvoorbeeld de befaamde scène uit de middeleeuwse allegorie Het Zevende Zegel (1957), waar een ridder (Max von Sydow, een van Bergmans lievelingsacteurs) een partijtje schaak aangaat met De Dood. Het bekendste stijlkenmerk van Bergman is evenwel de extreme close-up van (vooral) vrouwengezichten, die hij gebruikt om esthetische redenen en om de psychologische intensiteit van een scène te onderstrepen door de emoties voluit weer te geven (volgens de regisseur probeerde hij ook altijd het gezicht van zijn moeder te genereren). Bergmans fascinatie met het vrouwengezicht bereikt zijn hoogtepunt in Persona (1966) en in Kreten en gefluister (1972). De zware thematiek van Bergman en zijn hoogstpersoonlijke stijl zijn door de jaren heen al ontelbare keren geciteerd en ook geparodieerd citeren, en ze hebben de afstand tussen de regisseur en het publiek danig vergroot. Want zoals gezegd is een Bergman-film synoniem komen te staan voor loodzwaar en bloedserieus, en dat terwijl Bergman een hoop films op zijn naam heeft staan die wel nog makkelijk een jonger publiek kunnen aanspreken. De Zweed regisseerde bijvoorbeeld ook enkele komedies, zoals Glimlach van een zomernacht (1955), waarin een ouder wordende actrice een groots feest geeft op haar landgoed, dat eindigt in een seksuele rondedans. Maar de beste films van Bergman zijn die waarin de regisseur erin slaagt zijn zware thema's op een eenvoudige manier te brengen, zonder al te veel pseudo-diepzinnige uitweidingen of vergezochte metaforen. De al genoemde Wilde Aardbeien en Kreten en gefluister (over drie zusters die op een afgezonderd landgoed hun demonen bevechten) behoren tot die categorie. Zijn grootste meesterwerk echter is Fanny en Alexander (1983, Fanny och Alexander), een ruim drie uur durende familiesaga (gemaakt uit een tv-serie van meer dan 340 minuten) waarin de Zweed al zijn bekende thema's behandelt in een beeldtaal - met elementen uit sprookjes, horrorverhalen maar in het tweede deel heel ascetisch - die zijn carrière lijkt samen te vatten. Toen Fanny en Alexander, waarvoor Bergman een Oscar voor beste buitenlandse film kreeg, uitkwam, verklaarde de regisseur dat het werk zijn laatste bioscoopfilm was. Niet dat de man zich daarna in ledigheid heeft gehuld. Hij draaide nog een paar tv-films (waaronder In the presence of a clown uit 1997), schreef het scenario voor The Best Intentions van Bille August en regisseerde toneelstukken voor de Dramaten, het toneelhuis van Stockholm, dat hij leidde tussen 1963 en 1966. Hij bracht er onder meer de klassieker Spoken van de Noorse dramaturg Henrik Ibsen op de planken, en het was toen hij met de vertaling van dat stuk bezig was, dat hij het idee kreeg voor wat echt zijn allerlaatste werk zou zijn, Saraband. Die tv-film, die vorig jaar in december op de Zweedse tv werd uitgezonden, trok een miljoen kijkers trok. Hij is het vervolg op Scènes uit een huwelijksleven, de zesdelige tv-serie uit 1973 (waarvan Bergman zelf een bioscoopversie monteerde) over het koppel Marianne en Johan dat langzaam uit elkaar groeit. Bergman zoekt in Saraband het koppel - opnieuw gespeeld door Liv Ullmann en Erland Josephson - weer op, dertig jaar na hun scheiding, als Marianne Johan komt opzoeken en de passie weer oplaait. Is Saraband een goede Bergman? Wel, de film kreeg in Zweden unaniem lovende kritieken en werd door sommigen zelfs het grootste meesterwerk van Bergman genoemd. Bij een man die zowat vijftig langspeelfilms, vijftien tv-films, veertig radioproducties en honderd theatervoorstellingen heeft gemaakt, wil dat toch wel wat zeggen. Stefaan Werbrouck