Eerste zin Het is nu een week of twee geleden dat ik de dood in de ogen heb gekeken, en dat heeft me toch meer gedaan dan ik in het begin wilde toegeven.
...

Eerste zin Het is nu een week of twee geleden dat ik de dood in de ogen heb gekeken, en dat heeft me toch meer gedaan dan ik in het begin wilde toegeven. Jelke Bos heeft een bijna-doodervaring, en die is niet eens onaangenaam. Jelke is al elf, dan heb je wel wat meegemaakt - Jelke is een labrador. Het feit dat zijn baas, die hij steevast 'sukkel' noemt, hem uit het water haalt, zet hem aan het denken over leven en dood, zijn aftakelende lijf, het hiernamaals - Jelke gelooft niet in God - en hoe honden makkelijker vrede sluiten met dit nihilistische bestaan dan mensen. Het draait immers allemaal om 'zijn' als werkwoord. Jelke is. Als je daarvan uitgaat, houdt die zinzoekerij vanzelf op. Jelke zou er ook met sukkel (een schrijver die ongelooflijk slome grappen maakt en te veel drinkt) over kunnen over praten, maar dit geheim houdt hij voor zich. De Fries Trinus Riemersma (1938-2011) schiep met deze kleine novelle een absoluut niet licht te lezen monument voor een pratende, schrijvende hond-denker. Alle lof overigens voor uitgeverij Zirimiri, die boeiende romans uit niet zo vaak vertaalde gebieden opdelft, van Corsica tot Catalonië, en nu ook uit Friesland.