Pamela Des Barres, Helter Skelter Publishing, 377 blz., euro20,90
...

Pamela Des Barres, Helter Skelter Publishing, 377 blz., euro20,90 Het heeft iets pathetisch, de manier waarop Pamela Des Barres haar verleden als groupie blijft oprakelen. Nadat ze haar eigen verhaal heeft verteld in I'm With The Band (1987) en Take Another Little Piece of My heart: A Groupie Grows Up (1993), laat de peetmoeder van de band aids twee dozijn collega's aan het woord in haar nieuwe boek Let's Spend The Night Together. De onderliggende ambitie is overal dezelfde: het woord 'groupie' van zijn ranzigheid ontdoen en het 'metier' - no kidding, zo staat het er - in zijn waardigheid herstellen. Een groupie is geen hoer, maar een muse; een rockster is een god, de groupie zijn engel, dat soort gelul. Des Barres haalt er in haar inleiding zelfs de Bijbel bij om haar gelijk te staven: volgens haar was Maria Magdalena de eerste groupie. Interessante theorie, daar niet van, maar wat Des Barres telkens opnieuw wil, is de sex, drugs &rock chic die ze zelf ooit was enige relevantie toedichten. Daarvoor zoekt ze deze keer dus 24 andere groupies op, van wie het gros zijn hoogdagen beleefde in de jaren 70. Sommigen genieten enige naambekend- heid (Cat Stevens' maîtresse Patti D'Arbanville heeft als actrice haar roeping gevonden, en met haar gipsen afgietsels van beroemde penissen mag Cynthia Plaster Caster zich een kunstenares noemen), maar de meesten zijn undergroundfiguren gebleven met meer verleden dan toekomst. Des Barres gunt ze elk een hoofdstuk in haar boek en laat ze vrijuit aan het woord in interviews die niet in de betere roddelblaadjes zouden misstaan. Afgewerkte portretten van deze zelfverklaarde muses krijg je niet - meer dan dat ze nagenoeg allemaal een moeilijke jeugd achter de rug hadden, kom je niet te weten - saillante details over de bedprestaties van hun goden wel. Dat Kurt Cobain zich voor de daad graag in vrouwenkleren hulde, bijvoorbeeld, of hoe Tura Santana Elvis Presley leerde beffen, dat Jimmy Page een voorkeur had voor prille tieners en dat Al Green alleen naar zijn eigen muziek luisterde terwijl hij zichzelf naar een climax bracht. Soit, wie zijn voyeuristische neigingen bevredigd wil zien, komt in dit boek ruimschoots aan zijn trekken. Des Barres neemt het allemaal voor waar aan. 'Ze hadden ons nodig', laat ze een groupie vertellen, 'en ze verwenden ons als waren we godinnen'. Met haar derde boek heeft ze vooral zichzelf verwend. Karel Degraeve