Woensdag 18/8, 0.05 - Canvas
...

Woensdag 18/8, 0.05 - Canvas Goed, drie dagen op het Gentse Sint-Pietersplein is qua rock-'n-rollfactor ook niet mis, maar wie een echt legendarisch optreden van Leonard Cohen wil zien, stemt woensdagavond toch beter af op Canvas. Daar is iets na middernacht namelijk Isle of Wight te zien, een documentaire over het concert dat de Canadese bard ongeveer veertig jaar geleden - op 31 augustus 1970 - gaf op het gelijknamige eiland voor de Britse kust. De redenen waarom dat optreden vandaag nog altijd tot de verbeelding spreekt, sommen we hier even voor u op: Cohens concert was de afsluiter van de derde editie van het Isle of Wight Festival. Dat rockfestival werd voor de eerste keer georganiseerd in de 'Summer of Love' van 1968, en toen kwamen er zo'n tienduizend mensen naar bands als T. Rex of Jefferson Airplane kijken. In 1970, met namen als Joni Mitchell, Jimi Hendrix en The Doors op de affiche, streken er echter ruim een half miljoen bezoekers - volgens sommige schattingen waren het er zelfs achthonderdduizend - neer op het kleine eilandje. Het festival op Wight stond bekend als 'het Britse Woodstock', en niet alleen de namen op de affiche waren vergelijkbaar, ook de chaotische organisatie. Na vijf dagen was het terrein in 1970 herschapen tot een klein oorlogsgebied, en stonden bezoekers en organisatoren met geslepen messen tegenover elkaar. Geheel in de geest van die tijd waren tienduizenden mensen zonder ticket naar Wight afgezakt om de feestelijkheden gratis te volgen, en daartoe trokken ze naar een nabijgelegen heuvel - die de bijnaam Desolation Row meekreeg, naar een liedje van Bob Dylan. Van daaruit maakten enkele relschoppers er een spelletje van om hekkens omver te gooien, brandjes te stichten of groepen die aan het optreden waren met blikjes en flessen te bekogelen. De grimmige sfeer bereikte een hoogtepunt tijdens en na het concert van Jimi Hendrix, in de nacht van 30 op 31 augustus. In zijn laatste grote optreden - enkele weken later was Hendrix dood - geeft de gitarist het beste van zichzelf, en het opgezweepte publiek gaat helemaal uit zijn dak. Op het einde steekt een van de toeschouwers zelfs een deel van het podium in brand, waarna organisator Ron Foulk zijn publiek persoonlijk komt toeschreeuwen dat ze allemaal naar de hel kunnen lopen. En wie moest er daarna rond twee uur 's nachts het podium op? Leonard Cohen, toen 36 jaar en een zingende dichter met twee albums, Songs of Leonard Cohen en Songs from A Room, vol ingetogen liedjes op zijn naam. Niet meteen iemand waarvan je zou verwachten dat hij de boel tot bedaren kon brengen, maar Cohen had net een tumultueuze tournee achter de rug - zijn begeleidingsband kreeg in de loop daarvan de bijnaam The Army mee - en was dus wel een en ander gewend. Hij klom op het podium, kreeg het publiek stil met een anekdote uit zijn jeugd, zette Bird on a Wire in en was vertrokken voor tachtig minuten liedjes (onder meer ook nog So Long, Marianne en Suzanne), gedichten en bizarre bindteksten - bijvoorbeeld over die keer dat hij in het Chelsea Hotel een drugsnachtmerrie had. Kortom, als je één iets kunt besluiten uit Live at the Isle of Wight, dan wel dat Cohen op zijn best is in moeilijke omstandigheden. Moge er een apocalyptisch onweer losbarsten boven het Sint-Pietersplein! (S.W.)