Heeft de kerstboom een stapeltje boeken(bons) gebaard? Altijd fijn, alleen jammer dat je er geen leestijd bij cadeau krijgt. Want omdat januari voorbijgaat in een waas van goedkope cava en toastjes met verlepte surimi-salade en februari zo'n korte maand is en maart zo druk en april een skivakantie eist en het dan alweer bijna kerstmis is, blijft die stapel stof vergaren. Elke lezer kent het schuldgevoel waar een ongelezen boek hem mee opsolfert, ook al omdat je weet dat lezen eigenlijk tijdswinst oplevert: hoe a...

Heeft de kerstboom een stapeltje boeken(bons) gebaard? Altijd fijn, alleen jammer dat je er geen leestijd bij cadeau krijgt. Want omdat januari voorbijgaat in een waas van goedkope cava en toastjes met verlepte surimi-salade en februari zo'n korte maand is en maart zo druk en april een skivakantie eist en het dan alweer bijna kerstmis is, blijft die stapel stof vergaren. Elke lezer kent het schuldgevoel waar een ongelezen boek hem mee opsolfert, ook al omdat je weet dat lezen eigenlijk tijdswinst oplevert: hoe anders kun je in een paar uren een nieuwe (denk)wereld ontdekken? Terwijl de Australische filosoof Damon Young langs zijn boekenkast struint, onderzoekt hij de daad van het lezen, het spanningsveld tussen oog en blad. Dat doet hij aan de hand van de kardinale deugden, die hij deels aan Aristoteles ontleent. Lezen vergt soms geduld (in het langdradige geval van Henry James) of net matigheid (in het geval van Nietzsche), en bij elke deugd snuistert Young door de wereldliteratuur. Borges' oneindige bibliotheek mag natuurlijk niet ontbreken en Young staat bijvoorbeeld lang stil bij het harde oordeel dat Virginia Woolf in haar dagboek over Joyce' Ulysses velde. Hoewel zijn uitstapjes soms ontsporen - Young blijkt een zwak te hebben voor de duistere teksten van Heidegger maar weet helaas weinig nieuws te vertellen over de Duitse denker - verzandt hij nooit in wijsgerige vaagheid. Daarvoor kent hij zijn eigen leesgeschiedenis te goed: zoals de meeste kinderen leerde hij de literatuur via strips kennen, en hij spendeert ettelijke juichende pagina's aan de meesterwerken van Alan Moore en vooral die van Frank Miller - Batman loert altijd om de hoek in deze essaybundel. Wanneer hij aan de hand van de thrillers van Dan Brown het verschil tussen pulp en goede literatuur uitlegt, is Young op zijn sterkst. Met zijn haarfijne analyse slaat hij het postmoderne cultuurrelativisme - K3 is evenwaardig aan Hugo Claus, dat soort onzin - aan gruzelementen. Het is vooral zijn aanstekelijke enthousiasme dat De goede lezer tot een noodzakelijk boek maakt: ondanks alle drukte krijg je meteen zin om een klassieker uit het rek te plukken, je telefoon af te zetten en jezelf urenlang op de bank te parkeren. En zelfs daar helpt Young je mee: de bibliografie achteraan is meteen een handleiding voor het betere boek. Weet je meteen wat je volgende kerst onder de boom mag leggen. DE GOEDE LEZER **** Damon Young, Ten Have (originele titel: The Art of Reading), 208 blz., ? 19,99. RODERIK SIXCENTRALE ZIN - Bij lezen komen twee vrijheden tot elkaar, die van de kunstenaar en die van het publiek.