Jacqueline Monsigny en Edward Meeks, Editions du Rocher, 382 blz., 19,90 euro
...

Jacqueline Monsigny en Edward Meeks, Editions du Rocher, 382 blz., 19,90 euro Vandaag begint aan de Franse Rivièra de zestigste editie van het fameuze filmfestival. Met alle weetjes, roddels, anekdoten en sterke verhalen die er over dit grootste media-event na de Olympische Spelen te sprokkelen vallen, kun je rustig een lijvig boek vullen, wat het echtpaar Jacqueline Monsigny (schrijfster) en Edward Meeks (acteur van derde garnituur) in dit chronologisch overzicht ook heeft gedaan. In typisch Franse stijl: slordig, oppervlakkig en approximatief. En uiteraard: pseudoliterair. Het krioelt van de kemels: de film Trois frères ( Tre fratelli) van Francesco Rosi wordt toegedicht aan Dino Risi; ex-directeur van de Mostra van Venetië Gian Luigi Rondi wordt een écrivain wallon genoemd; zelfs de onderschriften bij de foto's kloppen niet altijd (de Miramar is geen hotel, maar een appartementsgebouw). Toch gaat het overjarige glamourkoppel er prat op dat het menigmaal het festival van Cannes heeft bezocht, ' comptant nombre d'amis parmi les journalistes et les vedettes internationales'. Het is duidelijk dat ze alle vertelsels van die bevriende beroemdheden klakkeloos hebben overgenomen en soms ook fout genoteerd. Neem nu hun hoofdstukje over de editie van 1980. Ze beweren dat juryvoorzitter Kirk Douglas verbolgen was omdat de overige juryleden hem geforceerd hadden om de Gouden Palm ex aequo uit te reiken aan All That Jazz en Kagemusha terwijl hij alleen de film van Kurosawa wilde bekronen. Uit goede bron (omdat Belgisch jurylid André Delvaux destijds in Knack uit de school klapte) weten we dat het precies andersom ging: Douglas zat tijdens de vertoning van Kagemusha te schateren met de gevechtsscènes (hij vergeleek ze voortdurend met soortgelijke massataferelen in Spartacus) en wilde absoluut dat de Gouden Palm naar een Amerikaanse film ging. De auteurs weten ook niet dat Douglas per vergissing tot voorzitter gebombardeerd werd. Aanvankelijk zou Ingmar Bergman de honneurs waarnemen, maar toen die aan de vooravond van het festival verstek liet gaan, zocht festivalbaas Gilles Jacob in allerijl naar een cinefiele vervanger die evenzeer Kurosawa gunstig gezind zou zijn (het was een uitgemaakte zaak dat de Japanse reus voor zijn comeback de Palme d'Or zou krijgen) en kwam hij bij de Amerikaanse melomeester Douglas Sirk uit. Bij het doorbellen van die naam naar festivalvoorzitter Favre Le Bret liep het mis: die nodigde prompt Douglas Kirk uit! Met alle gevolgen vandien. Patrick Duynslaegher