Maandag 27/4, 20.50 - Arte. Marcel Carné, Fr 1939
...

Maandag 27/4, 20.50 - Arte. Marcel Carné, Fr 1939 Een jaar na de triomf van het pessimistische, in mist gedrapeerde Le quai des brumes stond het trio van regisseurMarcel Carné, dichter-scenarist Jacques Prévert en acteur Jean Gabin er opnieuw met Le jour se lève, een fatalistische klassieker die geldt als een voorloper van de Amerikaanse noir en als de apotheose van het geroemde Franse poëtisch realisme. Alles in dit trieste liefdesverhaal speelt zich eigenlijk af in één kamer, het sinistere Parijse dakappartement van François (een mythische Gabin), een doodeerlijke metaalarbeider en de romantische antiheld van dit doemdrama. François heeft bij valavond Valentin (een satanische Jules Berry) vermoord, een eersteklas smeerlap die ook een relatie had met François' nieuwe liefje Clara (een memorabele Arletty). De radeloze François heeft zich opgesloten in zijn kamer en weigert zich over te geven aan de politie, die zich opmaakt om zijn studio te bestormen. Toen dit populistische kamerspel in de bioscoop kwam, verscheen er eerst een schermvullend bordje waarop het procedé van de flashback werd uitgelegd. De film is namelijk opgevat als drie lange flashbacks waarin kettingroker François terugdenkt aan de gebeurtenissen die tot de moord hebben geleid. Het was de eerste keer dat een Franse film een dergelijke uitgebreide flashbackstructuur gebruikte - Orson Welles zou dat soort tijdsprongen later perfectioneren in Citizen Kane (1941) - en Carné had schrik dat het publiek het verhaal niet zou begrijpen. Elk beeld van Le jour se lève - indertijd door het Vichyregime verboden vanwege té demoraliserend - is een toonbeeld van picturale schoonheid. De Duitse fotografieleider Curt Courant speelt virtuoos met licht en schaduw, alsof hij voorleest uit een compendium over het romantische expressionisme. Maar de echte ster van dit noodlotsdrama, met lyrische dialogen van Prévert - 'Les gens qui s'aiment sont plus vivants que les autres' - is het decor van Alexandre Trauner. Die liet het imposant verticale gebouw van vijf verdiepingen dat het voorstedelijke wijkplein domineert waarop François' kamer uitgeeft helemaal nabouwen in de Parijse Studio Billancourt. Het is de perfecte metafoor voor François' isolement, een afzondering die je bijzonder intens voelt wanneer hij wanhopig de menigte toeschreeuwt, samengeklit aan de voet van het gebouw: 'François, François, y a plus de François... Laissez-moi seul, tout seul, j'veux qu'on m'foute la paix.'(L.J.)