Zondag 3/8, 00.45 - France 3. Jean-Pierre Melville, FR 1966
...

Zondag 3/8, 00.45 - France 3. Jean-Pierre Melville, FR 1966 'Ik geloof enorm in vriendschap', zei Jean-Pierre Melville, dé Franse regisseur van de existentiële, naar de Amerikaanse gangsterfilm gemodelleerde polar. 'Maar ik denk dat verraad een van de fundamentele beweegredenen is achter de acties van mannen, veel meer dan liefde.' Ook Le deuxième souffle, de film die hij net voor zijn meesterwerken Le samouraï (1967) en L'armée des ombres (1969) draaide, gaat over loyaliteit en verraad versus erecodes in dat bij Melville altijd fatalistische universum van de onderwereld. De gangster waar het in deze vormelijk afstandelijke misdaadfilm om draait, is Gustave Minda, alias 'Gu le terrible', vertolkt door de bonkige Lino Ventura. Gu is pas uit de gevangenis ontsnapt. In Parijs komt hij opnieuw in het wereldje van gangsters en moordenaars terecht waar hij tien jaar geleden ook deel van uitmaakte. Toch is er iets in hem veranderd. Is hij mentaal verzwakt uit de gevangenis gekomen? Of eist de leeftijd zijn tol en heeft hij niet meer dezelfde koelbloedigheid als vroeger? Sommigen in zijn milieu vinden in elk geval dat Gu een gangster op retour is. De enige uitweg die de door politiecommissaris Blot (een memorabele Paul Maurisse) op de hielen gezeten Gu ziet, is een laatste slag slaan om samen met zijn liefje Manouche (een elegante Christine Fabréga) naar het buitenland te kunnen vluchten. Maar wanneer men Gu ervan beschuldigt zijn collega's aan de politie te hebben verraden, stelt hij alles in het werk om zijn naam te zuiveren. Melville vertrok van de roman Un règlement de comptes van José Giovanni, een gewezen gangster die voor een nieuwe toon - lees: meer authenticiteit, gekoppeld aan een verinnerlijkte aanpak - had gezorgd met Le trou, in 1960 door Jacques Becker tot een klassieker verfilmd. Voeg er Melvilles gevoel voor ironische dialogen en melancholie aan toe, en je komt uit bij Le deuxième souffle. Maar Melville hanteert ook hier al zijn koele mise-en-scène, zij het minder extreem uitgepuurd dan in latere films, met veel aandacht voor een ongemeen realisme. De overval op het goudtransport op een kustweg in het desolate rotslandschap van Marseille is daar een sterk staaltje van. En dan is er nog Lino Ventura. Een echt expressieve acteur is de gewezen beroepsworstelaar nooit geweest, maar Melville hield wel van ingehouden acteerwerk. Een blik op Ventura's zwijgende tronie is voldoende om te begrijpen dat er iets in de integere Gu gebroken is, en dat hij heel goed weet dat zijn dagen zijn geteld. LUC JORIS