emphis, Tennessee, 29 mei 1997. Jeff Buckley zit samen met roadie en vriend Keith Foti aan de oever van de Wolf River, een zijstroom van de Mississippi, naar de ondergaande zon te staren. Hij is in blijde verwachting van de muzikanten waarmee hij de volgende dag aan zijn tweede plaat zal beginnen werken, de opvolger van het onvolprezen Grace. Als repetitiehok heeft Buckley vlakbij een huis gehuurd. Een rustieke cottage waar hij zo dol op is, dat hij de eigenaar daags voordien heeft aangeboden ze te kopen. Precies op het moment dat zijn band op de dichtstbijzijnde vlieghaven voet aan de grond zet, klinkt aan de oever van de Wolf River het geweldige Whole Lotta Love van Led Zeppelin uit de radio op. Jeff, een fan van Page & Plant, zet het op een meezingen.
...

emphis, Tennessee, 29 mei 1997. Jeff Buckley zit samen met roadie en vriend Keith Foti aan de oever van de Wolf River, een zijstroom van de Mississippi, naar de ondergaande zon te staren. Hij is in blijde verwachting van de muzikanten waarmee hij de volgende dag aan zijn tweede plaat zal beginnen werken, de opvolger van het onvolprezen Grace. Als repetitiehok heeft Buckley vlakbij een huis gehuurd. Een rustieke cottage waar hij zo dol op is, dat hij de eigenaar daags voordien heeft aangeboden ze te kopen. Precies op het moment dat zijn band op de dichtstbijzijnde vlieghaven voet aan de grond zet, klinkt aan de oever van de Wolf River het geweldige Whole Lotta Love van Led Zeppelin uit de radio op. Jeff, een fan van Page & Plant, zet het op een meezingen. 'You need coolin', baby, I'm not foolin'I'm gonna send you back to schoolin'.'Buckley besluit, met zijn kleren en staalgetopte laarzen aan, het water in te stappen. Zijn vriend roept hem nog waarschuwend toe dat de rivier bijzonder ongeschikt is voor een avondlijke zwempartij, maar Jeff wandelt verder - achterwaarts - het water in. 'You've been learnin', baby, I been learnin'All them good times, baby, baby, I've been yearnin'.'Er komt een boot voorbijgevaren en wanneer de laatste rimpels in het wateroppervlak zijn uitgestorven, is er geen spoor meer van de jonge zanger. 'Way way down inside, I'm gonna give you my love I'm gonna give you every inch of my loveGonna give you my love Yeah! Alright! Let's go!'Diezelfde avond nog wordt er een zoek-actie op touw gezet, maar Jeff blijft vermist. Zes dagen lang. Tot een pleziervaarder zijn levenloze lichaam aantreft ter hoogte van het befaamde Beale Street, waar B.B. King ooit eigenhandig de Memphis blues uitvond. 'Shake for me, girl, I wanna be your backdoor man!'De machtige Mississippi, zij geeft en zij neemt. En op die onfortuinlijke meidag legde ze beslag op het leven van Jeff Buckley, de singer-songwriter die met kop, schouders, kruin - en als hij een mal hoedje op had, ook dát - uitstak boven zijn contemporaine collega's. Maar wie dacht dat de machtige Mississippi zijn wonderlijke stem voorgoed had gesmoord, zag snel zijn ongelijk bewezen. Ruim een jaar na Buckleys trieste verdrinkingsdood lag Sketches For My Sweetheart The Drunk al in de winkel. Nochtans had Jeff, vóór zijn dodelijke duik, tegen al wie het horen wilde zijn ongenoegen over de daarop figurerende songs laten blijken. Hij had niet voor niets een nieuwe band naar Memphis gesommeerd om de opnames voor zijn tweede plaat nog een keer over te doen. Maar Jeffs moeder Mary Guibert, die zijn muzikale nalatenschap beheert, weet van geen ophouden. Na Sketches For My Sweetheart The Drunk werd de ene rariteitenplaat na de andere live-cd op het slaafse koopvee losgelaten: van Mistery White Boy over Songs To No One tot het nieuwe So Real. Echt inferieur is het materiaal op die postumiteiten zelden of nooit, maar ze bestaan almaar vaker uit werk dat al eens eerder werd uitgebracht. Alleen weet Guibert, op wiens lippen immer de woorden ' unique selling proposition' bestorven liggen, telkens wel een eerder onuitgegeven demo of liveopname in de tracklist binnen te smokkelen. En zo zullen we nog vele jaren op gezette tijden een postumiteit in de maag gesplitst krijgen, tot werkelijk élke geluidsdrager waarop Buckleys stem staat geregistreerd ten enenmale is leeggeroofd. En dan nog zullen er wellicht voormalige buren op de proppen komen met dictafoons die ze tegen de muur gedrukt hielden telkens als Buckley het in de belendende kamer op een jammen zette. En zullen er gewezen schoolkameraadjes miraculeus teruggevonden cassettes te voorschijn toveren waarop met wat goede wil de kleine Jeff te ontwaren valt die Yankee Doodle of Twinkle Twinkle Little Star voor zich uit wauwelt. Enfin, Buckleyfans kunnen hun geplande verbouwingen maar beter opschorten - tenzij die extra vleugel al dat nog te verschijnen platenwerk moet huisvesten, natuurlijk. Dat de naam van Jeff Buckley ook tien jaar na zijn dood nog altijd vaak over de tong gaat, is niet alleen de verdienste van zijn moeder en haar onaflatende uitverkoopcampagne. Die naam vestigde Buckley louter op eigen kracht. In '93 zette hij zijn eerste stap richting eeuwige roem met het verbluffend knappe Live At Sin-é, een voornamelijk uit covers bestaande liveset opgenomen in het New Yorkse café Sin-é, waar Buckley toentertijd op maandagavond een vaste stek had als gastmuzikant. Al wie er in die dagen over de vloer kwam, herinnert zich de imponerende stem van de uitgeweken Californiër; een uiterst buigzame falset die hij ontegensprekelijk van zijn vader had geërfd, de ook al veel te vroeg uit deze wereld weggerukte Tim Buckley, die op zijn 28e bezweek aan een overdosis heroïne. Zijn eerste - en enige - studioplaat luidde in '94 niets minder dan een muzikale omwenteling in. Ook al kwam de verkoop maar moeizaam op gang en won ze slechts mondjesmaat aan bekendheid, Grace markeert het einde van de grungebeweging en baande de weg voor intimistische, hypergevoelige en ronduit confessionele folk- en rockartiesten die voorheen - excusez le mot - verzopen te midden van de teringherrie van Nirvana en co. Op Grace, ooit door Bono omschreven als 'een druppel puurheid in een oceaan van lawaai', bewandelt Buckley gracieus de dunne grens tussen dramatiek en pathetiek. Wat zeggen we? Buckley was de grenswachter, de douanier die er steeds op toezag dat zijn songs de grens niet zonder geldige redenen overstaken. Vooral live maakte hij van die evenwichtsoefening een briljante kunst. Souplesse is - pun very much intended - een rekbaar begrip, maar souplesse hádden hij en zijn altijd voortreffelijke band. Nooit speelden ze een nummer twee keer op dezelfde manier en toch stond improvisatie bij hen niet gelijk aan pseudo-intellectualistisch gefröbel. Grace mag dan te boek staan als een van de strafste debuutplaten uit de muziekgeschiedenis, zelf deed Buckley bijzonder bescheiden over zijn eerste worp. Van zijn Leonard Cohencover Hallelujah hoopte Buckley hardop dat de auteur het nummer nooit te horen zou krijgen, terwijl Rolling Stone het vele jaren later opnam in zijn lijst van 500 beste songs aller tijden. Onder collega's gaat het droppen van zijn naam steevast gepaard met superlatieven. Chris Cornell is een fan. Chrissie Hynde, Thom Yorke, Elton John en The Edge ook. Net als Buckleys jeugdhelden Jimmy Page en Robert Plant. De grote David Bowie tipt Grace als 'de plaat die ik zeker meeneem naar een onbewoond eiland', de grote Bob Dylan noemt Buckley 'een van de grootste singer-songwriters van de jaren 90' en Lou Reed bekende meermaals met hem te hebben willen samenwerken. Joan Wasser, tot slot - behalve Jeffs ex-liefje en het onderwerp van zijn adembenemende lovesong Forget Her ook zelf een verdienstelijke muzikante onder de nom de camouflage Joan As Police Woman - verwoordde haar kijk op Buckleys vroegtijdige dood vorig jaar in deze kolomme n als volgt: 'Ik hou niet van het dramatische toontje waarmee men over zijn zogenaamd tragische leven spreekt. Volgens mij heeft hij net een heel bevredigend leven gehad, het was alleen iets korter dan dat van de meeste andere mensen. Zijn doel heeft hij in ieder geval bereikt: mensen ontroeren. Ik ben gewoon heel dankbaar dat ik zoveel tijd heb mogen doorbrengen met iemand die op deze wereld maar zo weinig tijd gegund was.' U en ik moeten Buckley dan weer dankbaar zijn voor de lichtjes geniale muziek die hij tien jaar geleden achterliet. Zet ze vanavond nog eens op, for old time's sake. Door Vincent Byloo