Het leven is één lange aanloop naar die laatste, prachtige sprong in het duister. Leren leven is leren sterven, maar hoe doe je dat? Dat is het uitgangspunt van essayiste Katie Roiphe, die in de proloog van Het uur van het violet vertelt over de longontsteking die haar in haar jeugdjaren op een haar na van de toekomst beroofde. Ze hield er een morbide fascinatie voor de dood aan over.
...

Het leven is één lange aanloop naar die laatste, prachtige sprong in het duister. Leren leven is leren sterven, maar hoe doe je dat? Dat is het uitgangspunt van essayiste Katie Roiphe, die in de proloog van Het uur van het violet vertelt over de longontsteking die haar in haar jeugdjaren op een haar na van de toekomst beroofde. Ze hield er een morbide fascinatie voor de dood aan over. Hoe bereidden de groten der aarde zich op het onvermijdelijke voor? Soms niet, zo blijkt bij Susan Sontag. De schrijfster weigerde zich botweg neer te leggen bij de dood - omdat ze eerder al kanker had overwonnen, koesterde ze het idee dat ze onsterfelijk was en dat haar ziekte slechts een tijdelijk ongemak behelsde. Het is aandoenlijk om te lezen hoe ze zich koppig verzette, dat ze het woord 'dood' nauwelijks in de mond nam en ziedend werd bij de suggestie dat het raadzaam zou zijn een testament op te maken. Dezelfde nuchtere houding - dezelfde ontkenning van het donkere zonlicht - treft Roiphe bij Sigmund Freud, die ondanks dringend doktersadvies verslingerd blijft aan zijn sigaren. Roken is denken bij Freud, en denken is leven. Op Dylan Thomas na, die al zijn hele leven door de dood geobsedeerd was en die leek te bespoedigen met een nietsontziende drang naar zelfvernietiging, lijkt niemand in Het uur van het violet zich mak neer te leggen bij het einde. John Updike bekampt de dood met (buitenechtelijke) seks en slaagt erin om op zijn sterfbed nog een van zijn beste poëziebundels te schrijven. Ook Maurice Sendak, wereldberoemd van Max en de Maximonsters, blijft verwoed tekenen en schetsen. Katie Roiphe zit stilzwijgend aan het sterfbed van die grote namen, dwaalt door huizen waar verpleegkundigen en medicijnen almaar meer plek innemen en vlooit oeuvres uit op zoek naar tekenen aan de wand. In het geval van Thomas citeert ze zelfs uit een notitieboekje van een privédetective die door het weekblad Time was ingehuurd om de beroemde dichter te schaduwen. Dat doet ze goed, hoewel ze er eigenlijk nergens in slaagt de dood tastbaarder of begrijpelijker te maken - het raadsel laat zich niet oplossen. Mooi is dan ook de epiloog, waarin ze James Salter interviewt en hem belooft haar boek op te sturen zodra het af is. Omdat ze talmt, haalt de dood haar in: Salter overlijdt en ze kan haar belofte niet inlossen. Een beter slot kun je niet hebben: beseffen dat alles vergankelijk is en de tijd vóór het eindpunt zeer beperkt. HET UUR VAN HET VIOLET **** Katie Roiphe, Hollands Diep (originele titel: The Violet Hour), 304 blz., ? 19,99. RODERIK SIXCENTRALE ZIN Ik heb een enorme, onstilbare honger naar dit soort boeken, niet alleen omdat er mensen in doodgaan, maar omdat mensen in hoge aantallen doodgaan, inclusief kinderen; oorlogen, massaslachtingen, naakte lichamen in loopgraven.