PEDRO ALMODóVAR
...

PEDRO ALMODóVAR MET GAEL GARCíA BERNAL, FELE MARTíNEZ, DANIEL GIMéNEZ-CACHO, LLUÕs Homar, Francisco Boira Vonden wij dat de formule 'Almodóvar' met Hable con ella voorgoed was uitgeput en dat het voor de Spaanse meester lastig zou zijn zichzelf te overtreffen, dan hebben wij allicht buiten zijn onwaarschijnlijke talent gerekend. Want Almodóvar is terug, met misschien wel zijn beste film, een technisch volmaakt, buitengewoon uitdagend en door zijn suspense volkomen absorberend noir-delirium in het teken van la pasión - niet van de meest 'alledaagse' soort, welteverstaan. Een jonge, gevierde regisseur vindt in de novelle van een verknipte travestiet hét materiaal voor een nieuwe film. Maar de man krijgt er meteen een trip naar een gezamenlijk verleden bij, waar de ogen van op kinderlijven gefixeerde priesters duivels zwart kleuren. En is alles wel wat het lijkt? In een paar zinnen de 'plot' van deze helse liefdesgeschiedenis vatten, is onmogelijk. De manier waarop Almodóvar het verleden als een spook van het heden verbeeldt, bovendien nog eens geïntegreerd als film-in-film, weerstaat elke verbale beschrijving. Maar het demonstreert beslist hoe de Kunst - met de grote K, jawel - van de Spanjaard weigert te stagneren, maar hem zonder probleem tot de grootste Europese regisseur van de laatste kwarteeuw kroont. Hoe complex, multidimensionaal, misschien wel controversieel, Almodóvars aanpak wel is, blijkt vooral uit het personage van de priester en literatuurleraar Manolo (de tegelijk ontwapenend kwetsbare en angstaanjagende Giménez-Cacho), die nergens een karikatuur wordt of in een morele banvloek wordt geslagen. Integendeel, Almodóvars empathie is tastbaar, hoewel ze het kindermisbruik vanzelfsprekend niet bekrachtigt (het verleden is in een occulte, onwerkelijke sfeer gehuld). In elk geval, kijkers die bij elke hint van pedofilie alarm slaan, doen er best aan de ogen even te sluiten. De scène waarin de priester zijn 'slachtoffer' ' Moon River' laat zingen aan de oever van een zwemvijver en waarin het zonlicht de kinderlijven in slowmotion streelt, is zo'n esthetisch hoogtepunt, dat je je als kijker wel even onbehaaglijk gaat voelen. Maar het is Almodóvars grote verdienste die scène als een danig 'persoonlijke' beleving te verbeelden, dat je gerust kunt 'genieten', zonder oordeel, zonder wat-moet-ik-hiervan-denken-gevoel. Zo'n desoriënterend moment is er allicht één waarop we als 'onschuldige' kijkers inderdaad Kunst met de grote K ontmoeten. Het getuigt een beetje van armoede om deze bespreking te beëindigen met een lof van de 'andere' elementen die La Mala educación alvast tot een van de beste films van dit jaar maken, maar kom, hier zijn er toch enkele. Gael García Bernal, subliem kneedbaar product van zijn regisseur, belichaamt op ongeziene wijze in drie rollen Almodóvars hybride seksualiteit (zijn ongeremdheid in enkele saillante seksscènes is voorbeeldig); de fotografie van José Luis Alcaine, de art direction van Antxón Gómez, het zijn slechts twee troeven van een uitzonderlijk team; een speciale vermelding nog voor Alberto Iglesias' onheilspellende, zelfs Bernard Herrmann evocerende score, en je hebt eigenlijk de Palme d'Or van 2004, zij het dan dat de film - helaas - niet in de competitie zit. Jo Smets Jo Smets