Elke nacht glippen Tomi, Rasto en Mizu, drie jonge Roma, een bloemenwinkel in Brussel binnen, om van daaruit een tunnel te graven die via het ondergrondse gangenstel tot in de kluis van de Nationale Bank moet leiden. Klin...

Elke nacht glippen Tomi, Rasto en Mizu, drie jonge Roma, een bloemenwinkel in Brussel binnen, om van daaruit een tunnel te graven die via het ondergrondse gangenstel tot in de kluis van de Nationale Bank moet leiden. Klinkt als het startschot voor een kraakfilm waarbij de spanning van de natte muren druipt, maar de suspense waar Ruben Desiere in zijn tweede film naar graaft, is van de onderhuidse, existentiële soort. Desiere, die zowel schreef, regisseerde als de camera hanteerde, focust niet op de plot, laat staan op gladgevijlde dialogen waar de vonken van afspatten. Wat hij toont en tastbaar tracht te maken, is de ervaring van het wachten en twijfelen zelf, terwijl Tomi, Rasto en Mizu - grootstedelijke outcasts die versies van zichzelf spelen - ondertussen bij hun tunnel zitten te mijmeren over verleden, heden en toekomst. Een verdienstelijke poging om naturalistische en metafysische cinema, Bresson en Beckett, het banale en het spirituele aan elkaar te koppelen, alleen boort het allemaal net niet diep genoeg.