Gillo Pontecorvo
...

Gillo Pontecorvo It, 1966 Filmfreaks / dvd Uitgave: ***** In 1954 start het Front de Libération Nationale (FLN) de Algerijnse revolte tegen de Franse koloniale overheerser. Het is het begin van acht bloedige jaren: het FLN pleegt bomaanslagen en zaait terreur onder de pieds-noirs, de Franse burgers in Algerije, het Franse leger probeert de oproer te onderdrukken met martelingen en brutaal geweld, ook tegen de Algerijnse burgerbevolking. In 1957 lijkt het leger de slag om Algiers te hebben gewonnen, na de liquidatie of opsluiting van de leiders van het FLN, maar na nog eens vijf jaar betogingen en opstanden en een machtswissel in Parijs, waar Charles De Gaulle de Franse republiek moet redden, wordt Algerije uiteindelijk toch onafhankelijk. De Italiaanse cineast Gillo Pontecorvo liet zich voor zijn magnum opus inspireren door de memoires van Saadi Yacef, een van de FLN-leiders. Pontecorvo liet zich door Yacef, die in de film een personage speelt dat op hem gebaseerd is, rondleiden in de kashba, maar interviewde ook Franse officieren in Parijs. Beide partijen worden bekritiseerd, maar krijgen in de film ook een menselijk gelaat door de protagonisten: de Franse kolonel Mathieu en de kleine crimineel Ali La Pointe, die het tot leider van de guerrilla schopt. Wat maakt dit geëngageerde drama zo intens gruwelijk en verontrustend? De film geeft je voortdurend het gevoel dat je naar een montage van nieuws- en documentaire beelden zit te kijken, waarbij Pontecorvo en cinematograaf Marcello Gatti ook met nieuwe technieken experimenteerden om dat gevoel nog te versterken. De zwart-witbeelden stralen van meet af aan een broeierige urgentie uit, en door de lang aangehouden sequentieshots en het gebruik van onrustige, handbewogen shots zit je midden in de actie en de gruwel. Toen Ponte-corvo met zijn film naar de Oscars trok, suggereerde Hollywood hem om de film te openen met de waarschuwing dat hij geen nieuwsbeelden had gebruikt en het geheel pure fictie is. Dat dit tijdloze meesterwerk, in Venetië goed voor de Gouden Leeuw, jaren later nog steeds de kracht van een splinterbom heeft, bewijst een screening van La Bataille d'Alger die het Pentagon in 2003 organiseerde. De beelden van vrouwen die bommen plaatsen, kinderen die soldaten omverknallen of burgers die politieagenten neersteken om hun wapen te stelen, moesten de Amerikaanse militairen die naar Irak werden gestuurd tonen wat een stadsguerrilla precies inhoudt en ze voorbereiden op wat hen te wachten stond. PIET GOETHALS