Fransman Jacques Tati (1907-1982) eindigt in de rangschikking van grootste filmclowns aller tijden niet ver van Buster Keaton en Charlie Chaplin. Net als Keaton was Tati gepokt en gemazeld in de vaudeville, een kei in pantomime en een liefhebber van stunts. Net als Keaton plooide hij niet terug op zijn kunnen als variétéartiest maar buitte hij de mogelijkheden van het filmmedium maniakaal uit. Zo maakte dit icoon van visuele humor ook r...

Fransman Jacques Tati (1907-1982) eindigt in de rangschikking van grootste filmclowns aller tijden niet ver van Buster Keaton en Charlie Chaplin. Net als Keaton was Tati gepokt en gemazeld in de vaudeville, een kei in pantomime en een liefhebber van stunts. Net als Keaton plooide hij niet terug op zijn kunnen als variétéartiest maar buitte hij de mogelijkheden van het filmmedium maniakaal uit. Zo maakte dit icoon van visuele humor ook revolutionair en inventief gebruik van de geluidsband en experimenteerde hij met kleur en beeldformaten. Tati brak door als de stuntelige plattelandspostbode die in Jour de fête (1949) met veel acrobatie zijn ronde twintig minuten sneller probeert af te leggen, maar werkte vervolgens een ander typetje uit: monsieur Hulot, die er in Les vacances de monsieur Hulot (1953) en Mon oncle (1958) heerlijk op los klungelt. U herkent hem aan zijn uniform: regenjas, hoed, paraplu, pijp, te korte broek en zichtbare kousen. In Playtime (1967) spotte Tati met de stedeling, door vooruitgang en nieuwigheden geobsedeerd zonder door te hebben hoe kil, verwarrend en onpersoonlijk zijn modernistische omgeving wel is. De beste grap: zo goed als geen enkele film heeft het modernisme zo machtig verzinnebeeld. Helaas betekende dat meesterstuk ook Tati's ondergang: de keuze voor een ongebruikelijk breedbeeldformaat (70 mm) en het megalomane idee om buiten Parijs filmstad Tativille op te trekken resulteerden in een financiële catastrofe die hij nooit te boven is gekomen. L'intégrale Jacques Tati imiteert Tati's neiging om héél groot te denken en telt dus maar liefst vijf boeken. Een topper voor de salontafel is het volume met beelden uit de films. Interessant studiemateriaal zijn de volumes die alle filmscenario's en interviews bundelen. Nog een ander deel gaat dieper in op thema's als geluid, architectuur, muziek, voertuigen en voorwerpen. Uiteraard ontbreken een rijkelijk geïllustreerde biografie noch doorwrochte essays (met name van de notoire filmcriticus Jonathan Rosenbaum). Exhaustief en dus tijdrovend maar dat is Tati zeker waard.